Slapen

Knusse pelgrimsgîte in Charroux

Knusse pelgrimsgîte in Charroux

Er zijn grofweg vier sterk verschillende manieren om te overnachten:
1. slapen in hotels.
2. slapen in een tent op een camping.
3. slapen in pelgrimsalbergues en pelgrimsgîtes.
4. slapen in hostals, pensions of chambre d’hôte.

Hotels zijn ’t duurst; kamperen is ’t goedkoopst. Dat ligt voor de hand. Slapen in pelgrimsalbergues kan alleen in Spanje. In Frankrijk treft u op sommige plaatsen een pelgrimsgîte. Beide onderkomens zijn specifiek voor pelgrims die een pelgrimspas (credential) kunnen tonen. U bent (bijna altijd) niet de enige die er overnacht. Reken dus op andere pelgrims die met u in dezelfde ruimte liggen en met wie u keuken, douche en toilet moet delen. En dat aantal kan in Spanje oplopen tot vele tientallen pelgrims die op één slaapzaal de nacht proberen door te brengen. In Frankrijk bieden de pelgrimsgîtes plaats aan tussen de vier en de tien pelgrims.
Hostals (eenvoudige hotelletjes) zijn er ’t meest in Spanje. In Frankrijk treft u naar mate u zuidelijker komt in steeds meer dorpen en stadjes chambre d’hôtes. Bed & breakfast op z’n Frans. In sommige grotere steden zijn pensions waar u een nacht terecht kunt. De paar jeugdherbergen waar u onderweg kunt slapen maken het lijstje compleet.
Het komt voor dat een wildvreemde particulier u onderdak verleent in zijn eigen huis of dat u kunt slapen in de gemeentelijke sporthal. Dit gebeurt eigenlijk alleen maar indien u behoorlijk in de problemen zit en u ’t geluk hebt een helpende hand te ontmoeten.

Hotels
De meest luxe variant is overnachten in hotels. De meest zekere indien deze ook nog van te voren zijn geboekt, bijv. via www.booking.com. Maar u levert dan veel avontuur in en het kost u zeker € 50 per hotelkamer, als het niet meer is. Exclusief ontbijt meestal. Kiest u voor een van de vele hostals of pensions dan is de prijs per kamer ongeveer 35 euro. Reserveren kan meestal alleen telefonisch, soms via e-mail als deze hostals of pensions een eigen site hebben.

De belangrijkste keuzes die u moet maken zijn:
1. Wel of niet kamperen.
2. Wel of niet overnachten in een Franse refuge of Spaanse albergue.

Natte tent.

Natte tent.

Kampeerders nemen tent, slaapzak, luchtbed en kookspullen mee. Zij overnachten op een camping. Tenzij het hondenweer is of als er geen camping in de buurt is. Soms slapen ze in een albergue om het sfeertje te proeven.
Niet-kampeerders kunnen een paar kilo bagage thuis laten en lopen niet het risico van een ondergelopen tent. Degenen die behalve de camping ook refuges en albergues mijden nemen een B&B, een hostal, een pension of kiezen de luxe van een echt hotel. Maar meestal kiezen de niet-kampeerders voor een mix van B&B’s, albergues en hostals. Op de Camino Francés is het vinden van onderdak meestal geen enkel probleem. Er is veel aanbod en de variëteit is groot.
In Frankrijk (met name Noord-Frankrijk) kan het vinden van onderdak wel wat lastig zijn. Soms moet u wat afwijken van de route of kunt u alleen een budgethotel (bijv. Formule 1) vinden. Inderdaad, u kunt er slapen maar daarmee is alles gezegd.

Een heerlijk desayuno in Belorado

Een heerlijk desayuno in Belorado

Als u in een hotel overnacht kan het -om de kosten te drukken- interessant zijn geen gebruik te maken van het ontbijt in het hotel. De kwaliteit en de prijs lopen sterk uiteen. Prijzen variëren tussen vijf en tien euro (soms zelfs meer dan 10 euro) en wat u krijgt varieert van een bak koffie, twee stukken stokbrood met wat cupjes jam tot een ontbijtbuffet, compleet met gebakken bacon en scrambled eggs. Het is in Frankrijk en in Spanje heel gewoon om ’s ochtends een café binnen te stappen en een petit dejeuner (Frankrijk) of desayuno (Spanje) te bestellen. Of simpeler: koffie met twee croissants.

Een klein enkeldaks tentje is wel licht, maar geeft bij regen problemen

Campings
Het andere uiterste is kamperen. Elke dag een camping zoeken, tent opzetten, tent afbreken, bagage in de tent stallen, weer opruimen en dat alles soms in een flinke regenbui. Het kan, maar deze variant is alleen geschikt als u een ruime kampeerervaring hebt, met name op Franse 2-sterren municipals met hurktoiletten. Bovendien: campings zijn veelal niet het hele jaar open. Bepaalde campings zijn zelfs alleen open van half/eind juni tot half/eind september. Kampeerders moeten er in Frankrijk op bedacht zijn dat er grote verschillen zijn tussen campings. Er zijn mooie campings bijv. die in St. Emilion, maar ook natuurcampings met matig sanitair en campings met bijna uitsluitend stacaravans die buiten het seizoen alleen in het weekend bevolkt zijn. Er zijn in zowel Spanje als Frankrijk diverse campingsites. Twee grote campingorganisaties zijn de FFCC (Fédération Française de Camping et de Caravaning) en de FECC (Federación Española de clubes campistas), te bereiken via:
http://camping-ffcc.com/
http://www.guiacampingfecc.com/

Camping in Condé-sur-Vergre

Camping in Condé-sur-Vesgre

Klik op campings aan de Camino voor een pdf-je met campings. Het Duitse lijstje is niet helemaal volledig; zo ontbreken de camping Plaza Berri in St. Jean-Pied-de-Port, de camping As Cancelas in Santiago de Compostela en de kampeermogelijkheid bij de albergue Santiago Apostol in Puente la Reina. Ook in Spanje is de kwaliteit van de campings erg verschillend. Goede campings zijn er onder meer in:
– Navarette
– Nájera
– Burgos
– Mansilla de las Mulas
– Portomarín

Kamperen heeft soms als bijeffect dat u ’s avonds niet in de nabijgelegen stad ‘op stap’ kunt gaan. Terugfietsen van centrum León of Burgos naar de camping om 23:30 uur is mogelijk niet zo’n goed idee; de camping ligt kilometers buiten het centrum. Nu zijn er pelgrims die dan allang slapen, maar er zijn ook fietsers die een zwoele avond in een Spaanse stad willen meemaken. En geef ze ‘ns ongelijk! Dan kan het verstandig zijn een hostal of pension in het centrum van de stad te zoeken. Campings in kleinere plaatsen liggen vaak dichterbij het dorpscentrum. Dan biedt kamperen wel de mogelijkheid ’t laat te maken. In een albergue moet u immers om tien uur ’s avonds binnen zijn. Om die tijd is het meestal erg goed toeven op het plaza mayor in een Spaans dorp of stadje.

In sommige verslagen leest u over ‘wild kamperen’. In Frankrijk is het volgens onze brave ANWB legaal wild te kamperen (19u tot 9u) op één uur wandelafstand van weg. De Fransen noemen een nachtje ergens je tentje opzetten ‘bivakkeren’ (bivouacs) en hanteren soepelere regels. In Spanje zijn de regels voor het wild kamperen per streek verschillend. In alle gevallen is het wenselijk toestemming te hebben van de eigenaar van het perceel. Soms (op het erf van een boer) is het vrij gemakkelijk toestemming te verkrijgen, maar in een bos is de eigenaar van het perceel meestal onbekend. Kortom, wild kamperen is alleen een optie indien er geen enkele andere mogelijkheid is. En met een beetje planning is het ook niet nodig, zeker niet in Spanje. In Spanje kunt u immers uitwijken naar een albergue, in Frankrijk moet u andere slaapplaats zoeken. Zoals een hostal of een jeugdherberg, auberge de jeunesse in het Frans; in het Spaans ‘albergue juvenil’. Dit is een goedkoop alternatief voor kamperen maar er zijn veel minder jeugdherbergen dan campings.

Albergues, hostals en gîtes
Klik op Refugios en hostals aan de Camino Francés voor een pdf die is opgesteld op basis van gegevens van de site spanishsteps.eu. Deze site bestaat helaas niet meer. Maar sinds maart 2014 is een Italiaanse site actief waarop ook downloads van albergues per camino te vinden zijn. Uiteraard zijn alle teksten in het Italiaans… Klik voor een download van deze site op: Albergues Camino Frances – Italiaans.
Ook kunt u gebruik maken van een de vele applicaties (apps) voor iOS en/of Android. Interessante apps zijn:
– Camino Places (iOS, Ivar Rekve, 5 euro).
– Camino (iOS, Consumer Eroski/Biko, gratis)

In enkele Franse gemeenten werkt de plaatselijke overheid (gezeteld in la mairie) mee. Men heeft dan speciaal voor pelgrims een gîte (appartementje) beschikbaar.

Nanteuil-en-Vallée, gîte naast Auberge St. Jean

Zo heeft de gemeente Nanteuil-en-Vallée een uitstekend (twee 2-pers. slaapkamers) onderkomen direct naast de auberge St. Jean midden in het alleraardigst plaatsje beschikbaar. Er is echt alles voorhanden. De slager annex groenteboer zit (zat?) een paar deuren verder. U kunt na overlegging van uw credential de sleutel krijgen op het gemeentehuis en u brengt ‘m de volgende dag terug. Geen borg, geen gedoe. Wilt u betalen voor uw overnachting, dan is dat geheel vrijwillig. Ook in Compiègne is een onderkomen gerealiseerd, geopend vanaf 16:30, informeer bij de VVV. Tussen 15 april en 30 september kunt u er terecht met een geldig credential. Er zijn tien bedden beschikbaar. Kosten: 10 euro per persoon. In Lescar (informeer bij de VVV) en Cluis, 2 Rue du Prieuré (informeer bij kruidenier Hamid tegenover de kerk of bel 02 54 31 26 36) zijn ook soortgelijke gîtes. In Cambrai (noord-Frankrijk) staat hotel Au Taximan. Dit supereenvoudig hotelletje staat bekend als pelgrimshotel. Fietsen kunnen binnen gestald worden.

Gîte Arc en Ciel in Labouheyre

Gîte Arc en Ciel in Labouheyre

En verder staat in Labouheyre (Les Landes) aan de rue Grande Lande 290 de herberg ‘Ultreia Arc en Ciel’, te bereiken via telefoon 033630067016. De prijs is 15 euro (prijspeil 2015) en het geld gaat naar een goed doel. Een prima alternatief voor de eenvoudige camping naturelle die maar een paar weken per jaar open is.

Een eindje verderop (net onder Dax) kan gebruik gemaakt worden van een vrij nieuwe (2015) pelgrimsgîte in het kleine dorpje St. Pandelon. Vraag ernaar bij het gemeentehuis (la mairie).
Op de site van de Franse Santiagovereniging staat ook een aantal gîtes aan de Vézelayroute. Enkele hiervan (Corbigny, St. Révérien en Bouzais) liggen ook aan de oostelijke fietsroute. Klik hier voor een overzicht.

Gloednieuwe pelgrimsgîte in St. Pandalon

Gloednieuwe pelgrimsgîte in St. Pandalon

Gîtes en andere overnachtings-mogelijkheden op de route Turonensis (de westelijke route door Frankrijk) staan hier. Een andere optie is dat u de ‘guide des haltes de prière – edition 2014’ bestelt. In deze gids staan van alle Franse pelgrimswegen de zogenoemde Haltes of Herbergements Jacquaires. Uiteraard staat alle informatie in het Frans. Mogelijk biedt deze site ook voldoende informatie. De pfd-file Hebergements en Berry geeft een overzicht van slaapplaatsen aan de route Langs Oude Wegen in midden Frankrijk.

Indien u (ook) wilt overnachten op campings, is het verstandig ervoor te zorgen dat u goed slaapt. Gebruik een dubbeldaks lichtgewicht koepeltentje zonder luifel, maar gebruik ook een goed bed. Een dik zichzelf opblazend slaapmatje kan eventueel, maar een luchtbedje is beter. Kiest u voor een luchtbed dan is er weinig keus. De gewone vallen af (te zwaar), de lichtere van Campingaz of Intex zijn binnen de kortste keren kapot. Resteert een licht, maar wel robuust luchtbed. Bijv. een Exped Downmat. Helaas duur (160 euro) maar het slaapt geweldig en isoleert beter dan een slaapmatje. Goed slapen is erg belangrijk onderweg.

Tentje van pelgrim op Franse camping

In Spanje is er eigenlijk maar één voor de hand liggende keuze: de refugio of albergue de peregrinos. Dat is hetzelfde: slaapzalen met stapelbedden en douches. De bedden hebben (meestal) geen dekens of lakens, neem daarom een lichtgewicht slaapzak of lakenzak en een kussensloop mee. Na overlegging van uw credential krijgt u een schone matrasovertrek en that’s it. Vrijwel altijd is er de gelegenheid om gebruik te maken van een keuken(tje). U kunt iets opwarmen, thee zetten etc. maar daar houdt het veelal mee op. De ‘luxere’ (veelal particuliere) albergues hebben vaak een eetzaal (comedor) en soms kunt u er zelfs een avondmaaltijd bestellen.Voor alle duidelijkheid: om gebruik te kunnen maken van de diensten van een albergue moet u (vrijwel altijd) een credential overleggen.

Albergue in Sanguësa. Er kunnen één, hooguit twee fietsen gestald worden

Albergue in Sanguësa. Er kunnen hooguit twee fietsen gestald worden.

Op sommige sites leest u dat uw credential u recht geeft op een verblijf in een albergue. Dat is onjuist. Aan het bezit van een credential kunt u geen rechten ontlenen. In alle gevallen beslist de hospitalero (de herbergier) of u welkom bent of niet.
Redenen om u af te wijzen kunnen zijn:
– de albergue is vol.
– de albergue heeft geen fietsenstalling.
– het toelatingsbeleid: Na 17:00 uur bent u welkom, als er plaats is.
– uw credential is ongeldig.
– u bent met een (grote) groep pelgrims (zie vraag 4).
De hospitalero is niet verplicht u een reden voor afwijzing te geven. Gewoon de melding ‘er is voor u geen plaats’ volstaat. U kunt uiteraard in discussie gaan met de hospitalero, maar beter is u deze moeite te besparen en een andere albergue of een ander onderkomen te zoeken. Er zijn (meestal) voldoende hostals, pensions, gewone hotels en er zijn ook campings aan of vlakbij de route.

Voor de fietser die alleen of in klein gezelschap (<5 personen) gaat heeft de albergue, (klik hier voor een overzicht) de voorkeur, tenzij u er niet van houdt met wildvreemden, mannen en vrouwen door elkaar, op een (grote) slaapzaal met enkel stapelbedden te liggen. Of indien u geen risico wilt lopen op een doorwaakte nacht omdat een pelgrim die in de buurt ligt een enorme snurker is; dus oordopjes/watten meenemen! De charme van de refugio is de saamhorigheid. Er slapen enkel degenen die ook op weg zijn naar Santiago. Medepelgrims kunt u ze noemen. De saamhorigheid heeft wel zijn grenzen. Zo loopt er een onzichtbare grens tussen de lopers en de fietsers. De lopers, veruit in de meerderheid in Spanje, hebben andere gespreksstof dan de fietsers. De routes verschillen; wandelaars lopen veelal over soms smalle zandpaden terwijl de fietsers meestal over asfalt rijden.

Refugio in het Monasterio van Samos. Heel veel stapelbedden

En verder verschilt het nogal of u te voet gaat en dus problemen hebt met voeten en schoenen, of met uw zitvlak en uw fiets. Fietsers praten over kapotte banden, geknakte spaken, slag in het wiel, afgelopen kettingen en valpartijen. Wandelaars prikken blaren, zijn in de weer met jodium, wikkelen verband om hun zere voeten en stralen uit dat zij de echte pelgrims zijn. Maar desondanks, het is in albergues goed overnachten tegen een lage prijs: maximaal € 12, maar meestal een paar euro minder of ‘donativo’. Deze aanduiding betekent dat u zelf bepaalt hoeveel u betaalt voor de diensten van de refugio; geef (tenminste) vijf euro. Er zijn Nederlandse sites die ‘donativo’ vertalen in ‘gratis’. Het moge duidelijk zijn dat deze vertaling typisch Hollands is en dat het in feite -en terecht- niet de bedoeling is gratis te overnachten.

Bedwants

Bedwants

Sommige pelgrims vertellen dat er ook slechte albergues zijn, waarbij vooral geduid wordt op ondermaatse hygiënische omstandigheden. Vooral bedwantsen worden genoemd. Dergelijke ervaringen zijn niet uit te sluiten, maar de kans erop lijkt niet zo groot, behalve in het hoogseizoen: augustus. En dan vooral in de grote albergues, met tientallen zo niet meer dan 100 bedden. Dus, voor wie niet wil kamperen is het concept grofweg: In Frankrijk een chambre d’hôte (bed & breakfast) of gîte en in Spanje een refugio/albergue.
De Spaanse overkoepelende federatie van caminogenootschappen heeft op dit gebied -vermoed ik- de beste site: www.caminosantiago.org. Op deze site staat ook een actuele link naar albergues aan de Camino Francés. Er zit hier en daar zelfs een door Nederlanders gerunde albergue tussen, bijv. in las Herrerias de Valcarle. En natuurlijk de albergue in Roncesvalles met vrijwilligers van het Genootschap van Sint Jacob.

Hostel in Triacastela

Er zijn drie soorten albergues: de private, de gemeentelijke en de katholieke. In de katholieke albergues, bijv. in een oud monasterio, kan het zijn dat er aandacht is voor de religie. Er is dan bijvoorbeeld een mis om 7 uur ’s avonds. De private albergues zijn meestal duurder (acht tot twaalf euro) dan de gemeentelijke of de katholieke (vier tot acht euro). In alle albergues zijn soortgelijke huisregels.

Fietsers zijn soms pas na 5 uur welkom

Huisregels in albergues
Geen herrie maken, niet luidruchtig praten en om 22:00 uur (soms iets later) gaat de poort dicht, de deur op slot en het licht uit. ’s Ochtends is het om zes uur dag. Met name de wandelaars staan dan op; een enkeling al om 5 uur. Om acht uur is iedereen weg (is de bedoeling). Soms regelt de hospitalero (de ‘manager’ ) een ontbijt. Er zijn dan wat stukken stokbrood en pelgrims kunnen thee of koffie zetten. Ga er (desondanks) vanuit dat u zelf voor uw ontbijt moet zorgen.

Het spreekt voor zich dat iedereen zijn eigen rommel opruimt. Reken er op dat in sommige albergues de fietsers (bicigrinos) pas na vijf of zes uur ’s middags worden toegelaten. Tenminste, als er dan nog plaats is. Wilt u er het fijne van weten, klik hier voor het reglement van de albergue in San Juan de Ortega, dat model kan staan voor veel Spaanse albergues. De sterk ingekorte vertaling van de negen bepalingen is als volgt:

1. Reglement betreft het Monasterio San Juan de Ortega.
2. Alleen pelgrims te voet of per fiets in het bezit van een pelgrimspaspoort en een geldig legitimatiebewijs worden toegelaten. Hun gegevens worden geregisteerd.
3. Plaatsen worden toegewezen op volgorde van binnenkomst. Men kan –behoudens uitzonderingen- slechts 1 nacht verblijven.
4. Seizoen: 1 maart – 31 oktober. Openstelling: tussen 13:00 en 22:00. Het licht gaat uit om 22:00. Om 08:00 moet u weg zijn.
5. Het is verboden te roken, buiten de daartoe bestemde plek te eten, lawaai te maken, luid te spreken, hoorbaar muziek te luisteren en op de muren te slaan.
6. Iemand die zich vervelend gedraagt wordt buiten gezet.
7. Donatie van (tenminste) 5 euro wordt op prijs gesteld. Alle ongerechtigheden moeten gemeld worden.
8. Er is een gastenboek en u kunt (onder vermelding van een naam) suggesties ter verbetering opschrijven.
9. In alle niet genoemde gevallen beslist de gastheer (hospitalero). Dit reglement wordt goed zichtbaar opgehangen.

De grootste kans op volle albergues hebt u in het hoogseizoen, met name in augustus. Overweegt u de Ruta de Norte te volgen, plan dan uw overnachtingsadressen. Op deze route zijn er te weinig adressen om op de bonnefooi te reizen. Op de site bicigrino.com en ook hier vindt u een overzicht van de albergues op de Ruta del Norte.

Welkomsbord van Thérèze in Miradoux

Bijzondere albergues
Er zijn ook ‘bijzondere’ albergues/refuges. Zoals de refuge van Thérèze in Miradoux, de oosterse refuge in Espalais, de de refugio in de Jésus y Maria-kerk in Pamplona, de ‘Engelse’ refugio Gaucelmo in Rabanal del Camino, bij ‘de nonnen’ (las hermanas Agustinas in de albergue de Peregrinos Parroquia de Santa María) in Carrión de los Condes. In het Franse Cadillac zijn twee slaapplaatsen in het ‘hôpital psychiatrique’. Het zijn nog originele slaapplaatsen voor pelgrims in lang vervlogen tijden. Mogelijk doet het wat spartaans aan. De route ‘Langs oude wegen’ loopt vrij dicht langs Auberge Nos Repos een ‘Nederlands’ pelgrimsonderkomen in Augy sur Aubois, één kilometer links van de weg St. Amand-Montrond naar Sancoins, ter hoogte van Jouy. In het Spaanse monasterio in San Juan de Ortega kunnen liefhebbers genieten van de knoflooksoep die daar elke dag geserveerd wordt. Als herinnering aan hospitalero Don José María Alonso die deze soep jarenlang elke dag maakte. Ook is er een religieuze dienst om 18:00 uur. In Los Arcos staat de albergue Isaac Santiago met Belgische hospitaleros. In Sarria ligt aan de rúa San Lázaro 7 de herberg San Lázaro, van vele zo niet alle gemakken voorzien.

Wat typeert de albergue?
Wat albergues en pelgrimsgîtes bijzonder maakt is verschillend: de sfeer, de gebruiken, het gebouw, de manier waarop pelgrims worden ontvangen, samen zingen en praten, de uitstekende voorzieningen, etc. Indien u deze albergues niet wilt missen dan is het wel even zoeken op internet in reisverslagen van pelgrims. Er is geen limitatieve lijst. Mogelijk dat het Genootschap van St. Jacob meer informatie heeft.

De Engelse herberg Gaucelmo in Rabanal del Camino.

U moet wel gevoelig zijn voor spiritualiteit en open staan voor bijzondere ontmoetingen. Bent u een nuchtere Hollander die alleen fietst voor cultuur en ontspanning, vermijd dan dit soort albergues. U zou er de kriebels van kunnen krijgen. Realiseert u zich ook dat u als fietser een ander type pelgrim bent vergeleken met de wandelaar.

Wandelschoenen staan te luchten....

Wandelschoenen staan te luchten….

Zoals eerder gezegd, de echte pelgrim loopt. En als u zich ook nog als wielrenner gekleed hebt (met reclame op het fietsshirt, strakke fietsbroek, fietsschoenen met clipplaatjes onder de zool etc. Ja hoor, ze zijn er) dan vloekt dat enigszins met de devote, wandelende pelgrim die de spiritualiteit zoekt.

Hieronder de voor- en nadelen van een refugio op een rij.

Voordelen:
1. Zeer goedkoop, maximaal 12 euro maar meestal minder.
2. U ontmoet pelgrims uit letterlijk de hele wereld.
3. U bent onderdak. Een tentje kan bezwijken onder een regenbui.
4. U kunt er eten; zo niet dan weet de hospitalero een goed adres.
5. Uw fiets staat veilig gestald.

Nadelen:
1. Uw privacy is beperkt tot douche en toilet.
2. Om tien uur sluit de poort; om acht uur moet u weg zijn.
3. Gesnurk en geloop tijdens de nacht.
4. Soms niet erg hygiënisch.
5. U slaapt in een stapelbed.

Espalais. Een bijzondere refuge.

Espalais. Een bijzondere albergue.

En pelgrims met een gevoelige neus kunnen zich storen aan de specifieke geur in albergues. Veroorzaakt door bezwete pelgrims, dicht op elkaar, hun bagage met gebruikte kleding en hun wandelschoenen die staan te luchten. Maar laat dit alles geen reden zijn om albergues te ontwijken. De sfeer is er meestal opperbest.

Een overzicht van albergues op de Camino Francés vindt u hier. Veel albergues zijn in de winter gesloten; het pelgrimsseizoen loopt van april tot en met oktober.

Overnachten in Santiago

kleinseminarie

Seminario Menor = Klein Seminarie

Een goede overnachtingsplek is het oude Seminario Menor in de buurt van de rúa das Trompas en de rúa de Belvis. De slaapzalen in dit grote gebouw, vroeger gebruikt door de leerlingen, zijn nu in gebruik voor de pelgrims. U kunt uit twee opties kiezen. Het bekende albergueconcept, met zes of meer personen op een slaapzaal (men heeft ‘gewone’ bedden; geen stapelbedden, 12 euro per nacht) of een eigen eenpersoons kamer à 15 euro per nacht, prijspeil 2015. Te reserveren via o.a. Booking.com. De vroegere limiet aan het aantal verblijfsdagen (3) is losgelaten. Eind 2015 hebt overal in het gebouw internettoegang. De regels die voor elke Spaanse pelgrimsalbergue gelden (bezit pelgrimspaspoort, sluitingstijd, etc.) zijn ook hier van toepassing. Kortom, een prima locatie op (een kleine) 15 minuten lopen van de kathedraal. Er is geen beveiligde fietsenstalling maar het terrein is ’s nachts wel afgesloten.

Slaapzaal Seminario Menor

Verder zijn er tal van pensions in de oude stad, bijv. in de rúa do Vilar die kamers verhuren voor € 40 per nacht. En voor kampeerders is er natuurlijk de camping Monte do Gozo even buiten de stad, richting vliegveld, handig voor als u op de terugreis uw fiets wilt meenemen in het vliegtuig. Het summum van overnachtingsplekken is het Hostal dos Reis Católicos. (in het Spaans: Hostal de los Reyes Católicos) aan het Praza do Obradoiro. Dit gebouw was in de Middeleeuwen een ziekenhuis voor pelgrims en is nu een van de meest beroemde Paradores van Spanje. U slaapt in een museum. De prijs is er naar: € 180 per kamer per nacht (geboekt via http://www.booking.com). Als u een goedkoper parador wilt proeven: in León staat het Hostal San Marcos waar de prijs per kamer een stuk lager ligt, zo’n € 100, exclusief ontbijt en geboekt via booking.com.

De echte kampeerder zal uiteraard kiezen voor een camping, bijv. As Cancelas, dicht bij het centrum. Deze camping ligt op een heuvel aan de rand van de stad. Met de fiets rijdt u in maximaal tien minuten naar het praza do Obradoiro.

naar boven

Advertenties

Etappeplannen

Soms lijkt een etappe eindeloos.

Heeft u een etappeplan nodig? Nee, er zijn tal van fietsers die zonder enig plan vertrekken. ’t Kan prima. Sommige ervaringsdeskundigen zullen u voorhouden dat een plan de beleving van de Camino verstoort.
Niet iedereen is hetzelfde. Er zijn avonturiers, er zijn pelgrims die rust zoeken en niets aan hun hoofd willen hebben (niks moeten) en er zijn fietsers die wel behoefte hebben aan een plan. U kunt ook onderweg een plannetje maken voor de eerstkomende dag/dagen. Degenen die een volledig etappeplan willen maken vinden hieronder enkele aanknopingspunten. Een etappeplan hoeft geen keurslijf te zijn. Onderweg ervan afwijken kan een prima beslissing zijn.
Een plan is vooral nuttig als u beperkt bent in de tijd, indien u op bepaalde plaatsen wat langer wilt bezichtigen en/of als u geen zin heeft in lange zoektochten naar een overnachtingsadres. Dat laatste geldt overigens alleen voor Frankrijk. Op de Camino Francés zijn meer dan genoeg albergues. Een plan voor het Spaanse deel van de route is nuttig op de Ruta del Norte en indien u in op de Camino Francés (vrijwel) uitsluitend wilt kamperen.
Verderop in deze tekst staan twee etappeplannen (op dagbasis). Van elk van de twee routes één. Als extra staat onderaan deze tekst een etappeplan van de alternatieve Spaanse route:  de Ruta del Norte.

Fietsen met bagage in Postel

Als u de Jacobsroute neemt (circa 2.500 km) heeft u ongeveer 30 etappes nodig. En plus-minus 35 als u ‘Langs oude wegen’ (circa 2.800 km) rijdt. De genoemde afstanden zijn globaal en afhankelijk van de plaats van vertrek. Mijn aanname is ook dat u een van de twee Franse routes kiest die door Clemens Sweerman zijn ontwikkeld en daarna de Camino Francés.
Globaal gesproken is een etappe tussen de 70 en 120 kilometer. Met als gemiddelde 90 km per dag; in Frankrijk uitschieters naar boven en in Spanje naar beneden. Als gemiddelde snelheid kunt u 16 km per uur aanhouden, tenzij u het traject als wielrenner wilt afleggen. Reken dan met ongeveer 24 km per uur.
Op trajecten met een stijgingspercentage tussen de 8% en 10% valt uw snelheid aanzienlijk terug. Bij een stijging van 10% of meer soms zelfs tot 4,5 km/uur, een kritische grens. Bij een nog lagere snelheid moet u afstappen en lopen. Maar meestal rijdt u tussen de 11 en 20 km/uur. In een afdaling kan uw snelheid sterk oplopen. De waaghalzen behalen snelheden van meer dan 60 km/uur. Reken erop dat het boven de 35 km/uur linke soep begint te worden. Op sommige sites treft u teksten aan waarin een lager daggemiddelde (bijv. 65 km i.p.v. 90 km) genoemd wordt. De meest waarschijnlijke oorzaak van dit verschil is het aantal fietsuren per dag. Bij 90 km ligt dit een kleine zes uur, netto. Bij 65 km op vier uur, eventueel op vijf uur indien van een lagere gemiddelde snelheid wordt uitgegaan: 13 km/uur i.p.v. 16 km/uur.

Om dagelijks zes uur te fietsen is vroeg (08:00 uur) starten vereist. Tenzij u het geen probleem vindt om pas om zeven uur ’s avonds te stoppen. Of indien u nauwelijks pauzeert, nergens een kleine sightseeing houdt, geen foto’s of video-opnamen maakt en snel uw lunch naar binnen werkt. Om een daggemiddelde van 90 km te behalen hoeft u geen doorgewinterde langeafstandfietser te zijn. Enkel ‘op tijd’ vertrekken en een goede conditie volstaat.

Er zijn ook pelgrims die meer kilometers per dag maken. Lees hier een verslag van twee Nederlandse fietsers die er flink de vaart in zetten. Maar ook sommige Vlamingen fietsen elke dag gemiddeld 120 km. Niet mijn keus, er blijft dan nauwelijks tijd over om een bezienswaardigheid te bezoeken.

De westelijke route naar St. Jean-Pied-de-Port (1.550 km) duurt 15 à 17 dagen, ongeveer 100 km per dag. Vanaf de Frans-Spaanse grens is de Camino Francés ongeveer 900 km. Een dag of 12 netto, 75 km per dag. Tel daarbij een paar dagen om Burgos en León te bezichtigen of een uitstapje te maken naar San Miguel de Escalada, dan bent u alles bij elkaar zo’n 30 dagen onderweg. Het verschil tussen het Franse en Spaanse daggemiddelde zit in mijn aanname dat u in Spanje meer tijd neemt om ‘iets’ te bekijken, in een siëstapauze en in het feit dat er drie fikse cols -Ibañeta, Cruz de Ferro en O’Cebreiro- te nemen zijn.

Monasterio San Miguel de Escalada

Ruim vier weken dus; tegen drie weken voor degenen die flink doorrijden en elke dag gemiddeld honderddertig km verstouwen. Voor de oostelijke route moet u rekenen op zo’n vijf weken. Wilt u een tandje gemakkelijker rijden, niet vroeg vertrekken of om drie uur ’s middags al stoppen, dan kan de tocht wel zes tot acht weken duren. Als u tijd en zin hebt, geen enkel probleem.

Voor het antwoord op de vraag hoe lang de pelgrimstocht precies zal gaan duren is van belang wanneer u uw terugreis regelt. Grofweg zijn er twee opties: vooraf of tijdens de tocht.

Vooraf geboekt, 100 euro per persoon

Het voordeel van vooraf de terugreis (per vliegtuig) regelen is dat u een goedkope vlucht kunt boeken. U struint alle sites van ‘low-budget carriers’ af en kiest de goedkoopste optie. Daarop past u uw planning aan. Met vooraf boeken kunt u een paar honderd euro besparen en het thuisfront weet precies wanneer ze u op het vliegveld kunnen komen afhalen. Daar tegenover staat dat u vast zit aan de terugreis op een specifieke dag. En dat kan verkeerd uitpakken. U bent veel te vroeg of net te laat in Santiago. Boekt u vooraf dan is een vrij strakke planning onontbeerlijk. Zie hierna voor twee praktijkvoorbeelden. Let wel: deze planningen bevatten geen extra dagen gereserveerd voor het uitgebreid bezoeken van steden en bezienswaardigheden. En ook geen ‘extra dagen’ als buffer voor pech of andere onvoorziene omstandigheden. Dagen/tijd hiervoor moet U zelf toevoegen. Mijn ervaring is dat een dag of twee/drie, eventueel vier speling in de planning voldoende is. Als alles goed gaat gebruikt u deze dagen om ergens even langer te blijven. Mogelijk bent u een paar dagen ‘kwijt’ aan pech of slecht weer. Naar mate de tocht vordert kunt u geleidelijk de extra dagen inzetten voor ‘leuke dingen’.

Mocht het zich toch laten aanzien dat u niet op tijd in Santiago zult zijn dan zijn er maar een paar opties. Voor een goede keuze is het van belang of en hoe u uw fiets kunt vervoeren. Met de bus kan niet, met de trein soms wel, (klik hier voor de Spaanse spelregels voor ‘fietsen in de trein’), met een huurauto of via Soetens. Deze firma kan fietsen transporteren van en naar elke plaats op de route naar Santiago. Zie hun website. In het geval u in Spanje een deel van de route per trein wilt afleggen kijk dan op de site van Renfe.com. Klik op renfe treinenloop noord spanje of op renfe treinenloop galicia voor een pdf-je met de treinenloop. Uw bagage kan eventueel verstuurd worden met de Spaanse firma Jacotrans.

San Juan de la Peña. Bijbelsculptuur uit ca 1100: een engel verschijnt aan Jozef in een droom.

Blijf -als tot en met de oversteek van de Pyreneeën alles volgens plan is gegaan- bijv. een dag in Jaca om o.a. het klooster San Juan de la Peña te bezoeken. Indien u onderweg uw terugreis regelt kunt u zonder planning op pad. Maar wacht u met boeken tot u in Santiago bent aangekomen, dan betaalt u vaak het volle pond, lees een paar honderd euro. Tegen honderd euro als u vooraf boekt. Een tussenweg is nog om ergens in de buurt van León of Astorga (vijf dagen voor aankomst) de terugreis te regelen. Mogelijk heeft u dan nog enige keus uit verschillende tarieven. Het maken van een planning is ook wenselijk indien u onderweg bepaalde plaatsen, gebouwen etc. wilt bezoeken of in interessante dorpen of steden wilt overnachten. Er zijn ook pelgrims die een planning als een last ervaren. Zij gaan volledig ‘op de bonnefooi’ en ze zien wel hoe het onderweg loopt. Voor hen vernietigt het maken van een planning (evenals het maken van afspraken met reisgenoten) de essentie van de Caminobeleving: rust, vriendschap, spiritualiteit. Voor anderen bieden een planning en afspraken juist houvast: het is elke dag duidelijk wat de reisdoelen zijn en iedereen weet waar hij/zij aan toe is. Natuurlijk, men kan ook overdrijven. Als alles wordt dichtgetimmerd en vastgespijkerd is de Caminobeleving ver te zoeken. Ieder maakt hierin een eigen keuze, samenhangend met de motieven om naar Santiago te fietsen.
Het Genootschap van Sint Jacob schrijft over ‘etappeplannen maken’:
“Een strakke planning van de dagafstanden voor meerdere dagen (of voor de hele tocht!) is af te raden. Veel beter is het rustig van start te gaan en jezelf de kans te geven te wennen aan het elke dag fietsen met bagage. Je hebt dan minder kans op blessures bij de eerste langere hellingen.
Inderdaad, u kunt best vertrekken zónder plan. Maar het argument daarvoor dat u zonder een plan als keurslijf kunt wennen aan het elke dag fietsen, vind ik wat gezocht. Bent u goed getraind (m.n. duurtraining) dan valt het best mee met het wennen aan elke dag fietsen.
De belangrijkste reden om geen plan te maken is -volgens mij- dat u dan geen verplichting (ik móet vandaag 88 km fietsen) ervaart. En dus optimaal van uw vrijheid kunt genieten. En van de dagelijkse uitdaging om een geschikte overnachtingsplek te vinden. Ja, ja, ik weet ‘t. Op de camino Francés staan de herbergiers u soms op te vangen om bij hén te overnachten.

In de regen naar Troyes fietsen is niet zo leuk.

In de regen naar Troyes fietsen is niet zo leuk. Een rustdag daarna kan een goed idee zijn.

Sommige pelgrims nemen een of meer ‘rustdagen’. Prima. Het is in de regel niet echt nodig om rustdagen in te plannen. Al na een paar dagen bent u in een bepaald ritme gekomen en een rustdag -in de zin van ‘niks doen en op adem komen’- verstoort dat ritme. Dus als u een rustdag neemt, benut ‘m dan om de stad/streek waar u bent te verkennen. Maar ga niet niks doen. Zonde van de tijd. De enige uitzondering kan zijn dat u een dag wilt bijkomen van een dagenlange periode slecht weer, met veel regen en wind tegen (lees hier een voorbeeld) of na een hittegolf. De kans hierop is niet zo erg groot als u in juni of begin juli fietst.

Etappes naar Santiago, de westelijke route, een voorbeeld.

  • Voorbereidende etappe(s): Naar Londerzeel (België), camping.
  • Etappe 2: Londerzeel – Tournai (Doornik), 110 km, camping.
  • Etappe 3: Tournai – Cambrai, 80 km, hotel.
  • Etappe 4: Cambrai – Chiry-Ourscamp, 106 km, camping.
  • Etappe 5: Chiry-Ourscamp – Hénonville 108 km, camping.
  • Etappe 6: Hénonville – Chartres, 126 km, camping.
  • Etappe 7: Chartres – Vendôme, 109 km, camping.
  • Etappe 8: Vendôme – Veigné, 90 km, camping.
  • Etappe 9: Veigné – Poitiers, 100 km, hotel.
  • Etappe 10: Poitiers – Nanteuil-en-Vallée, 129 km, gite.
  • Etappe 11: Nanteuil-en-Vallée – Aubet.-sur-Dr., 100 km, camping.
  • Etappe 12: Aubeterre-sur-Dronne – St. Emilion, 72 km, camping.
  • Etappe 13: St. Emilion – Labouheyre, 124 km, camping.
  • Etappe 14: Labouheyre – Dax, 83 km, camping.
  • Etappe 15: Dax – St. Jean-Pied-de-Port, 68 km, refuge.
  • Etappe 16: St. Jean-Pied-de-Port – Pamplona, 75 km, refugio.
  • Etappe 17: Pamplona – Puente la Reina, 38 km, camping bij refugio.
  • Etappe 18: Puente la Reina – Nájera, 102 km, camping.
  • Etappe 19: Nájera – Belorado, 63 km, refugio.
  • Etappe 20: Belorado – Burgos, 50 km, pension.
  • Etappe 21: Burgos – Carrión de los Condes, 107 km, refugio.
  • Etappe 22: Carrión de los C. – Mansilla de las M., 88 km, camping.
  • Etappe 23: Mansilla de las Mulas – Astorga, 87 km, hotel.
  • Etappe 24: Astorga – Ponferrada, 57 km, refugio.
  • Etappe 25: Ponferrada – Triacastela, 86 km, refugio.
  • Etappe 26: Triacastela – Portomarin, 56 km, camping.
  • Etappe 27: Portomarin – Arzúa, 56 km, refugio.
  • Etappe 28: Arzúa- Santiago de Compostela, 42 km, refugio.

Deze laatste etappe is vrij kort zodat u op een mooie tijd in Santiago kunt aankomen. Mogelijk kunt u dan de pelgrimsmis van 12:00 meemaken. Een uitgebreid reisverslag van deze Camino staat hier.

Aankomst in Santiago de Compostela

Bovenstaand voorbeeld is sterk beïnvloed door de keuze om -in principe- op een camping te overnachten. Indien u niet kampeert is er grote kans dat de route er totaal anders uit ziet. Probeer als u niet kampeert te overnachten in pelgrimsgîtes of refugio’s. Indien u kiest voor (luxe) hotels, beleeft u de Camino aanzienlijk minder. Uw reis wordt dan meer een lange vakantie dan een pelgrimstocht.

 

Etappes naar Santiago, de oostelijke route, een voorbeeld.

  • Voorbereidende etappe(s): Naar Maastricht.
  • Etappe 2: Maastricht – Stoumont-Rahier, 75 km, camping.
  • Etappe 3: Stoumont – Lescheret, 100 km, camping.
  • Etappe 4: Lescheret – Dun-sur-Meuse, 87 km, camping.
  • Etappe 5: Dun-sur-Meuse – Chalons-en-Champ., 100 km, camping.
  • Etappe 6: Chalons-en-Champagne – Troyes, 98 km, camping.
  • Etappe 7: Troyes – Auxerre, 86 km, camping.
  • Etappe 8: Auxerre – Vézelay, 56 km, camping.
  • Etappe 9: Vézelay – Nevers, 96 km, camping.
  • Etappe 10: Nevers – St. Armand-Montrond, 74 km, camping.
  • Etappe 11: St. Armand-Montrond – Cluis, 81 km, pelgrimsgîte.
  • Etappe 12: Cluis – St. Laurent-les-Eglises, 107 km, camping.
  • Etappe 13: St. Laurent-les-Eglises – Uzerche, 80 km, camping.
  • Etappe 14: Uzerche – Martel, 86 km, camping.
  • Etappe 15: Martel – Cahors, 98 km, camping.
  • Etappe 16: Cahors – Miradoux, 98 km, refuge.
  • Etappe 17: Miradoux – Montesquiou, 79 km, camping.
  • Etappe 18: Montesquiou – Lescar, 88 km, pelgrimsgîte.
  • Etappe 19: Lescar – Accous, 58 km, camping.
  • Etappe 20: Accous – Jaca, 60 km, camping.
  • Etappe 21: Jaca – Sangüesa, 75 km, camping.
  • Etappe 22: Sangüesa – Estella, 87 km, camping.
  • Etappe 23: Estella – Navarette, 70 km, camping.
  • Etappe 24: Navarette – Redecilla del Camino, 65 km, albergue.
  • Etappe 25: Redecilla del Camino – Burgos, 70 km, camping.
  • Etappe 26: Burgos – Frómista, 82 km, refugio.
  • Etappe 27: Frómista – Sahagún, 56 km, camping.
  • Etappe 28: Sahagún- León, 65 km, hostal.
  • Etappe 29: León – Rabanal del Camino, 80 km, refugio.
  • Etappe 30: Rabanal del Camino – Villafranca del B., 58 km, refugio.
  • Etappe 31: Villafranca del Bierzo – Samos, 66 km, refugio.
  • Etappe 32: Samos – Melide, 75 km, refugio.
  • Etappe 33: Melide- Santiago de Compostela, 50 km, camping.

De meeste bovenstaande etappeplaatsen in Spanje staan vermeld met ‘camping’. Uiteraard zijn er in al deze plaatsen -meestal meerdere- refugio’s/albergues.

Etappe 26, Burgos – Frómista, vlakbij Hontanas.

 

Etappeplan Camino del Norte

Hieronder etappeplan van de Camino (Ruta) del Norte:

Verse vis. Heerlijk!

Verse vis. Heerlijk!

  1. Irun – Orio, 36 km.
  2. Orio – Ziortza/Bolibar (Zenarruza), 56 km.
  3. Ziortza/Bolibar – Bilbao, 51 km.
  4. Bilbao – Laredo, 60 km.
  5. Laredo – Santander, 50 km.
  6. Santander – San Vicente de la Barquera, 58 km.
  7. San Vicente de la Barquera – Ribadesella, 66 km.
  8. Ribadesella – Oviedo, 80 km.
  9. Oviedo – Soto de Luiña, 56 km.
  10. Soto de Luiña – La Caridad, 70 km.
  11. La Caridad – Lourenza, 60 km.
  12. Lourenza – Villalba, 50 km.
  13. Villalba – Sobrado dos Monxes, 48 km.
  14. Sobrado dos Monxes – Santiago de Compostela, 55 km.

De dagelijks te rijden afstand is aanzienlijk minder dan een (gemiddelde) etappe op de Camino Francés. Dit vanwege de grotere moeilijkheidsgraad van de Camino del Norte en het kleine aantal overnachtingsmogelijkheden. Klik op Albergues Camino del Norte voor een lijst met veel, zo niet alle albergues op de Camino del Norte. De actuele lijst is te downloaden van de site Caminosnorte.org. Een (vrij) actueel reisverslag van de Camino del Norte staat hier.

naar boven

Kosten

Zelf koken is wel zo goedkoop

Zelf koken is wel zo goedkoop

De kosten kunnen sterk variëren 
Wat de totale kosten van de pelgrimage zijn is lastig te zeggen. Veel hangt af van waar u overnacht, wel of niet zelf uw potje kookt, hoeveel u onderweg wilt zien (en daarvoor entree moet betalen), of u pech heeft of niet en hoe u terugreist. En uiteraard van de tijd die u onderweg bent. Vier weken of zes weken, dat scheelt een slok op een borrel.
Een grof richtgetal voor de alleen reizende pelgrim: reken op een bedrag tussen de 1.200 en 1.700 euro. Als u kiest voor luxe, dan lopen de kosten op tot 2.000 euro of meer. Reist u in gezelschap, kampeert u niet en slaapt u samen in één hotelkamer, dan zal 2.000 euro p.p. normaliter wel het maximum zijn. Deze bedragen zijn exclusief de uitgaven voor de (eventuele) aanschaf van fiets en materialen.

Hieronder een paar aanknopingspunten met globale getallen. De cijfers zijn indicatief, prijspeil 2011/2012 en wat naar boven afgerond. Uit blogs van fietsers in 2015/2016 maak ik op dat de kosten ietsje boven het niveau van 2011/2012 liggen. Als zekerheidsmarge kunt u  5% prijsstijging hanteren ten opzichte van de onderstaande cijfers.
Waar relevant staat tussen {} de bandbreedte in euro’s.

1. Overnachten op een camping kost gemiddeld negen euro. {4-15}.

2. Overnachten in een hotel kost 50 euro per kamer, meestal exclusief ontbijt. {30-300}. Rijdt u met een compagnon en deelt u de kamer, reken dan op 25 euro.

3. Overnachten in een B&B of hostal kost 35 euro {25-50}; in een refugio acht euro {4-12}.

Geweldig diner in Aubeterre-sur-Dronne

4. Voor eten onderweg (inclusief ontbijt) moet U rekenen op negen euro {6-12}, tenzij U uitgebreid wilt ontbijten en lekker wilt lunchen in een brasserie. Dan kost het al snel minstens twintig euro per dag.

5. Het avondmaal kost als u zelf kookt zes euro {4-10} maar als u in een restaurant gaat eten kost het -incl. wijn- al gauw 25 euro. In Spanje kost een pelgrimsmenu slechts tien euro {9-12}, maar ook in Frankrijk zijn vrij goedkope eenvoudige maaltijden te krijgen (plat du jour, ca. 14 euro).

6. Vanaf 15 juni 2017 zijn de extra roamingkosten zijn verdwenen. U verbruikt uw databundel op dezelfde wijze als in Nederland.
Gezien de enorme toename van wifi op allerlei plaatsen is het gebruik van mobiele data echter lang niet altijd nodig. Weest u er wel van bewust dat een openbaar wifinetwerk erg onveilig is, dus niet gebruiken om te internetbankieren of andere privacygevoelige zaken.

Binnenplaatsje van café in Dissay. Pelgrims nemen een drankje.

7. De kosten van een terrasje onderweg zijn erg verschillend. Reken op in totaal 75 euro. Geniet van de plaatselijke brouwsels: txapa in Baskenland en orujo in Galicië. Drink in Spanje geen Heineken maar San Miguel.

8. De kosten van pech variëren van nul tot meer dan vijftig euro als er echte problemen zijn.

9. Entree is voor pelgrims soms gratis, vaak met korting; reken per bezoek op ongeveer vijf euro. Houd er wel rekening mee dat de openstellingstijden in -vooral- Spanje anders zijn dan u gewend bent. Tussen 13:00 uur en 16:30 is men vaak gesloten. De middagopenstelling loopt vaak door tot 19:30 uur.

10. Vervoer terug van uw bagage via Soetens kost zestig euro, van uw fiets 120 euro. Via Ryanair zestig respectievelijk tachtig euro, uitgaande van een vlucht met een overstap (naar Eindhoven) op London/Stansted.

11. De kosten van uw ticket zijn per vliegmaatschappij sterk verschillend. De reis met Ryanair naar Eindhoven kost ongeveer 100 euro, met een overstap en een wachttijd op London/Stansted (5 uur). Vanaf Santiago de Compostela en A Coruña zijn via Vueling goedkope vluchten mogelijk met bestemming Amsterdam/Schiphol. Let op: Nederland heet in Spanje ‘Países Bajos’ of ‘Holanda’. Alternatieven kunnen een paar honderd euro kosten.

Schaaldieren in visrestaurant in Rúa do Franco

12. Tenslotte: wat kost de beloning als u in Santiago bent aangekomen? De een neemt genoegen met een klein souvenir. De ander gaat copieus uit eten (kreeft of zoiets) en een derde kiest voor een of meer nachten in het Parador van Santiago. En weer een ander neemt de bus naar Fisterra. Geen peil op te trekken. Maar als u echt de remmen losgooit dan loopt het al snel in de papieren.

Kostenmatrix
Op basis van hierboven genoemde bedragen heb ik de dagelijkse kosten voor drie uitgavenpatronen (budget, normaal, luxe) berekend. De samenstelling van de dagtotalen staat in de tabel hieronder. Het budgetbedrag ‘overnachting’ is een gemiddelde van de overnachtingskosten in Franse B&B’s/pelgrimsgîtes en Spaanse albergues.
Genoemde kosten zijn afgerond om niet de indruk te wekken dat het precieze bedragen zijn. Prijspeil: 2016. In de dagtotalen zijn geen uitgaven gerekend voor pech of andere bijzondere (grote) uitgaven, bijv. een duur souvenir.

Kostensoort Budget Normaal Luxe
Overnachting 13 19 36
Ontbijt/lunch/eten onderweg 8 13 21
Avondeten 9 14 20
Terras/café/entree 0 3 6
Overige kosten 0 1 2
Totaal per dag 30 50 85

De kosten voor een overnachting zijn berekend op basis van een alleen reizende pelgrim. Het prijspeil is oorspronkelijk dat van 2012, geindexeerd naar 2019. In deze indexering is rekening gehouden met prijsverhogingen van overnachten en eten. Maar ook met een prijsverlaging omdat ik de kosten van mobiel bellen/internet heb laten vervallen. Nu gebruikt iedereen zijn bundel. In 2012 leidde mobiel bellen en internetten in het buitenland tot (soms veel) extra uitgaven.
Omdat de kosten van een hotelovernachting per kamer worden afgerekend, kunnen de bovenstaande bedragen iets lager uitvallen indien samenreizende pelgrims de hotelkamer delen. De overnachtingen op een camping of in een albergue worden altijd per persoon afgerekend. De genoemde bedragen voor overnachten zijn een gewogen gemiddelde; in Spanje is overnachten veel goedkoper vergeleken met Frankrijk.
Het zal u niet verbazen dat uw keuzes ter zake overnachting en maaltijden sterk bepalend zijn voor de gemiddelde kosten per dag. Zuinig aan doen betekent dus sober overnachten en sobere maaltijden. Dat hoeft overigens helemaal niet verkeerd te zijn.
In onderstaande tabel zijn de totale kosten in euro (excl. aanschaf materialen, kosten bij pech en excl. terugreis) per type fietser/per route en per bestedingspatroon (budget, normaal, luxe) uitgezet.

Type fietser

Wielrenner

Langeafstand fietser

Rustige pelgrim

Route

Bestedingen per dag

west

   20*

oost

   23*

west

   28*

oost

   32*

west

   39*

oost

   45*

Budget, € 30

nvt**

nvt**

840

960

1170

1350

Normaal, € 50

1000

1150

1400

1600

1900

2200

Luxe, € 85

1700

2000

2400

2700

3300

3800

*) Dit getal staat voor het aantal dagen dat deze route netto duurt.
**) Voor de wielrenner is het niet mogelijk tegen het lage (budget) dagtarief te reizen.

Pelgrims op de camping in Castrojeriz

Pelgrims op de camping in Castrojeriz

U kunt eruit opmaken dat de kosten voor de rustig fietsende pelgrim die enkel in hotels overnacht, in restaurants eet en de route ‘Langs oude wegen’ neemt, meer dan aanzienlijk (3800 vs 1400 euro) hoger zijn van de kosten die de stevig doorfietsende langeafstandfietser maakt die de Sint Jacobsroute volgt, in B&B’s, refugio’s en gîtes overnacht en goedkope (pelgrims)menu’s neemt. Ter vergelijking: Spain-is-More biedt in 2019 een reis aan à 1.360 (éénpersoonsreis). Het betreft een fietstocht van León naar Santiago die 9 dagen duurt. De prijs is inclusief vliegreizen, huurfiets en hotelovernachtingen. Maar exclusief lunches, diners en eten/drinken onderweg. Vergelijkbaar gemaakt met de bovengenoemde dagprijzen kost deze reis zo’n 140 à 150 euro per dag.

De budgetbesteding houdt in: zelf -eenvoudig- koken en zelf ontbijt en lunch regelen, op goedkope campings slapen, nauwelijks wijn of bier drinken, geen terrasjes en geen entreegelden. In Spanje kan men i.p.v op een camping te slapen in goedkope (niet-private) albergues overnachten en zo nu en dan het pelgrimsmenu nemen. Kortom: een beetje afzien.

Rekentool
Het Genootschap van Sint Jacob heeft een rekentool op hun site staan waarin u zelf kunt invullen op welk bedrag u uw dagelijkse uitgaven in Frankrijk resp. Spanje begroot. U kiest uw route en hoeveel kilometer u per dag fietst en voilá het tool rekent uit wat de totale kosten zijn.  Als defaultwaarde wordt een dagtarief van 40 euro gehanteerd.

Pelgrimsgîte in Gurat

Pelgrimsgîte in Gurat

Globaal gesproken zijn de prijzen voor etenswaren in Franse supermarktjes (U treft geen enkele hypermarché op de Sweermanroutes) gelijk aan de Nederlandse prijzen, mogelijk soms iets duurder, bijvoorbeeld fruit. De baguettes zijn goedkoper dan de stokbroden bij AH. In Spanje liggen de supermarktprijzen soms iets lager. Uiteraard zijn campingwinkels vrij duur. Er zijn Nederlandse pelgrims die zich hieraan groen en geel ergeren, daarmee de buitenlandse vooroordelen over de Hollandse pinnigheid bevestigend.

naar boven

Paklijst

Neem zo weinig mogelijk mee. Voor iedere fietser geldt een basisset, met als onderdelen:

  • Kaarten en kompas of fietsnavigatiesysteem.
  • Papieren: credential, ID-bewijs, creditcard, bankpas, zorgpas, euro’s, (mail-)adressenlijst.
  • Medicijnen: vette (zink)zalf, pijnstillers, diacura, zonnebrand, hoestpastilles, lippencrème, pleisters.
  • Fiets: stuurtas, voor en achtertassen, regenhoezen, kabelslot, bidons, fietshelm plus evt. een badmuts.
  • Gereedschap en reserveonderdelen: bandreparatie, imbussleutels, olie, steeksleutel, schroevendraaier, spakensteller, poetsdoekje, kettingpons, 4 spaken, remblokjes, rem- en derailleurkabels, 2 binnenbanden en enkele schakels, missing link.
  • Fietskleding: 2 kunststof (fiets)shirts, 2 fietsbroeken (met zeem), paar fietshandschoenen, goede lage outdoor schoenen, naadvrije outdoor kousen (links/rechts), windjack, zonnebril, regenkleding of poncho, reflecterend hesje.
  • Gewone kleding: lange (afrits)broek, shirt, overhemd korte mouw, 3 x ondergoed, 3 x sokken, bodywarmer, event. paar sandalen.
  • Toiletartikelen en slaapspullen: zeep, babyshampoo, tandenborstel/pasta, kam, kunststof handdoek, oordopjes/watten, scheermes/zeep, doucheslippers, vochtige doekjes, nagelknipper, papieren zakdoekjes, slaapzak of lakenzak, kussensloop.
Dubbeldaks koepeltje

Dubbeldaks koepeltje

  • Proviand en wat overige spulletjes: water, fruit, koek, ’n klein rugzakje, zakmes, ‘n paar vuilniszakken, fluitje, touw, aansteker, mobieltje/oplader, fotocamera of videocamera/oplader, USB-kabeltje, elastiekjes, flesopener, drinkglas, wasknijpers, aantekenboekje en potlood, event. reservebril, steen, driepoot vouwstoeltje en een taalgidsje Spaans/Frans.
  • Kampeerspullen: Indien u (ook) wilt kamperen dan is een beperkte kampeerset nodig: Klein dubbeldaks (koepel)tentje (zonder metalen luifelstokken), slaapmat of een licht luchtbedje, opblaasbaar kussentje, eenpits gasbrander, gasflesje, lucifers, pannetje met deksel en pannenhouder, bord/bestek, houten lepel, afdroogdoek, peper en zout.

Op andere sites treft u soms een veel langere lijst met te nemen spullen aan. Bijv. op de site van de Vakantiefietser. Het komt me voor dat de lijst op deze site is gericht op langeafstandfietsers die naar bijv. Indonesië fietsen. Gelukkig blijft u gewoon in West-Europa en u kunt dus een heleboel artikelen (waterfilter, badstop, cranktrekker, travellercheques, rekenmachine, condooms, etc) gewoon thuislaten. Of u kunt kijken op de site Inpaklijst.nl. U moet op deze Engelstalige site dan wel een hele reeks vragen beantwoorden met ongeveer hetzelfde resultaat: een veel te lange bagagelijst.

Ogenschijnlijk wel erg veel bagage…

Maar ook op andere sites met inpaklijsten staan overbodige spullen, zoals: twee gevriesdroogde maaltijden, siliconentube met sambal, opvouwbaar wasteiltje, koekenpannetje, pakje speelkaarten, grondzeil, reiswekker, etc. Ben zeer kritisch op wat U mee wilt nemen en besef dat veel wandelaars met slechts een kleine 10 kilo bagage op stap gaan.

In het algemeen wordt gesteld dat voor fietsers 20 kilo de bovengrens is. Er zit wat marge op. Telt u drie volle 1-liter bidons mee, dan mag de netto bagage maar 17 kilo zijn. Een regelrechte uitdaging.
Maar 23 kilo kan voor conditioneel uitstekende fietsers nog net. Bent u ouder dan 60, blijf dan onder de 20 kilo. Dat kan prima indien u geen tentje en geen kookspullen meeneemt. Gaat u wel kamperen en kookt u zelf uw avondmaaltje, dan zit u al gauw richting 23 kilo. Het gewicht van de tassen meegerekend.
Vergeet niet: alles is onderweg te koop, behalve uw gezondheid.

De meeste bovenstaande zaken spreken voor zich. Een paar vergen extra aandacht:

Credential.

Dit document, ook wel pelgrimspaspoort genoemd, voorzien van de nodige stempels is noodzakelijk als u een getuigschrift wilt verkrijgen van het Pelgrimsbureau in Santiago de Compostela. Het is ook noodzakelijk indien u wilt overnachten in Spaanse albergues of Franse pelgrimsgîtes.

Pelgrimspaspoort met stempels

Pelgrimspaspoort met stempels

Niet alle albergues vragen erom, maar een flink aantal wel. Met name de albergues met een katholieke achtergrond. U kunt een credential verkrijgen door lid te worden van het Nederlands (of Vlaams) genootschap van St. Jacob. Maar u kunt er ook een verkrijgen op het Pelgrimsbureau in St. Jean-Pied-de-Port, 39 Rue de la Citadelle.
Indien u bij vertrek uit Nederland al een credential hebt kan het verzamelen van stempels meteen beginnen. Iedere kerk of abdij zal u een stempel geven en ook op allerlei andere plaatsen (bijv. campings, hotels, gemeentehuizen en  VVV’s) zijn stempels te verkrijgen. De 56 velden in uw credential krijgt u moeiteloos vol. Omdat er toeristen zijn die met de auto het traject rijden en her en der stempels verzamelen (om een compostolaat te verkrijgen) is men in het Pelgrimsburo in Santiago alert op dit misbruik. Vandaar dat zij u adviseren om vooral genoeg Spaanse stempels te vergaren. Elke dag minstens één. In de laatste 200 km van de tocht worden twee stempels per dag geadviseerd. En zorg dat elke stempel voorzien is van een datum!

Stempels zijn overal te krijgen

Zorg dat uw credential officieel geldig is. Uit eigen waarneming weet ik dat er ongeldige credentials zijn. Meestal geen probleem maar op cruciale momenten kan de geldigheid essentieel zijn. U krijgt dan geen stempel, geen toegang en ook geen Compostola (getuigschrift). Alleen credentials uitgegeven door instellingen die erkend zijn door het Pelgrimsbureau in Santiago (bijv. het Nederlands Genootschap van Santiago) zijn geldig.

Stempel bepaalt de geldigheid

Stempel bepaalt de geldigheid

Koopt u elders een credential, zorg er dan voor dat bovenaan op pagina 1 een stempel staat van een organisatie die door het Pelgrimsbureau in Santiago is erkend. Op het voorbeeld hiernaast bepaalt het stempel van de ‘Amigos del Camino de Santiago’, een erkende organisatie in Astorga, dat het pelgrimspaspoort geldig is.
Indien uw credential tegen het einde van de fietstocht volraakt, geen probleem. In veel (laatste) etappeplaatsen kunt u (bijv. in kerken) een Spaans credential kopen (twee euro) en rustig verder gaan met stempels verzamelen.

De Steen.

Stenen met opschrift onder aan de houten paal

Op de route tussen Astorga en Ponferrada in Spanje ligt op 1505 m. het hoogste punt van de Camino Francés. Het heet Cruz de Ferro, naar het ijzeren kruis dat op een hoge houten paal is bevestigd. De paal zelf staat in een grote berg stenen, die langs de kant van de weg ligt. Behalve een klein kapelletje dat als rommelhok wordt gebruikt, is er verder niks. Maar toch is het een belangrijke plek op de Camino. Vrijwel iedere pelgrim (fietser of voetganger) legt er een object neer of bevestigt iets aan de houten paal. Meest gebruikelijk is er een steen(tje) neer te leggen dat vanuit huis is meegenomen. Over dit ritueel en andere Caminorituelen kunt u hier meer lezen. Soms is kritiek te lezen op het gedrag van bepaalde pelgrims. Inderdaad, er hangt en ligt van alles aan en bij het Cruz de Ferro. Van teddyberen tot bidprentjes en van roze of gele linten tot de meest onwaarschijnlijke prullaria. Periodiek wordt er opgeschoond. Alhoewel er begrip is op te brengen voor het gedenken van een overledene door een foto van hem of haar aan de paal te bevestigen, geldt alleen een steentje (eventueel met opschrift) deponeren als ‘normaal gedrag’.

Medicijnen.

Het grootste risico dat u onderweg loopt is ziek te worden. Alle andere risico’s vallen daarbij in het niet. Bovendien zijn die risico’s afkoopbaar. Het kan soms lang zoeken zijn naar een fietsenmaker die een nieuw achterwiel kan leveren, maar er is altijd wel een oplossing te regelen. Voor ziek zijn is geen oplossing. U moet de tocht afbreken en naar huis. Het is daarom van groot belang om helemaal fit aan de tocht te beginnen, een goede conditie te hebben en onderweg zorgvuldig op Uw gezondheid te letten. Het begint met goede hygiëne en het verzorgen van uw zitvlak.

Schapen op de hete, gortdroge Tierra de Campos

Smeer het elke ochtend in met een ontstekingsremmende zalf (bijv. uierzalf of uiercrème) zodat u geen last krijgt van huidirritaties, infecties of ergere aandoeningen. Met een beschadigd zitvlak is doorrijden op een bepaald moment echt niet meer mogelijk. Draag daarom een goede fietsbroek. Als u vindt dat dergelijke broek u niet staat, trek er dan een gewone broek overheen aan. Smeer ook uw lippen in met lippencrème en uw gezicht, armen en benen met zonnebrand. Zeker als u door de droge en soms zeer hete Spaanse Meseta rijdt. Wees er ook op bedacht dat de overgang van een lange klim naar een lange afdaling een groot temperatuurverschil veroorzaakt. Tijdens de klim bent u warm en bezweet en als u dan zonder maatregelen te nemen kilometers gaat dalen kunt u gemakkelijk keelproblemen of een verkoudheid oplopen. Ook midden in de zomer. Zorg er dus voor dat u een afdaling inzet met een goede bescherming van hals en keel. Trek liefst een dun fietsjack aan om te voorkomen dat u verkouden wordt.
Mocht u toch een verkoudheid, griepje of zo oplopen, in elk Frans en Spaans dorp is een pharmacie of farmacia. In deze winkels, die nog het meest op een apotheek lijken, is een keur aan medicijnen te koop. Meestal treft u vakkundig personeel dat U verder kan helpen.

St. Bonnet-Briance: een bron met schoon drinkwater

Drink veel water als het heet is. Zorg ervoor altijd tenminste twee bidons voor het grijpen te hebben. Is er een leeg? Vullen. Het liefst bij een café of kroeg. Elke kroegbaas geeft u graag een bidon koud water uit de tap. Als dat niet kan, water tappen uit de bronnen (fuentes in Spanje) langs de weg. Gebruik geen plastic bidons, maar de duurdere, gemaakt van metaal. Plastic geeft een vieze smaak aan het water, zeker als het warm is.

Proviand.

Het dagritme is eten en fietsen, en weer eten en fietsen. Afgewisseld met drinken. Zorg er dus voor altijd eten en drinken voor het grijpen te hebben. Gewoon een eenvoudige plastic zak achterop onder de snelbinders met daarin wat koeken of stokbrood, bananen en appels. Ook een stuk droge worst is prima voor onderweg. Of een stukje stevige kaas: tomme de savoie (koe) of petit brebis (schaap). En in Spanje een stukje manchego. Houd een paar droge mueslikoekjes (of vergelijkbaar) achter de hand voor het geval u de man met de hamer tegenkomt. Elke bakkerij onderweg verkoopt verschillende soorten koek en croissants.

Pain aux Raisin

Goede keuzes zijn: rozijnenkoek (Frans: pain-aux-raisin) of een croissant met chocolade: Pain chocolat (in het Spaans een napolitana). Aanwijzen wat u wilt kopen kan natuurlijk ook. Drie bananen bestelt u in ’t Spaans met: ‘tres plátanos (‘bananas’ verstaan ze ook), por favor’. De beste drank is gewoon water. Energy drankjes kunnen ook maar die zijn meestal smerig zoet. Gewoon water dus. Wilt u geen risico lopen, vul dan elke ochtend twee of drie bidons met flessenwater. Maar ook kraanwater is prima. Ben wel voorzichtig met water uit bronnen die u onderweg aantreft. Neem ’t nooit als de tekst ‘agua potable’ ontbreekt.

Fietskleding.

Het belangrijkste kledingstuk is een goede fietsbroek. Dus met een kunststof zeem in het kruis. Deze zeem vangt (transpiratie)vocht op en dient ook als stootkussen tussen uw zadel en uw lichaam. Er zijn uitvoeringen voor dames resp. heren. De kwaliteit van de zeem (materiaal en bevestiging, de afwerking van de naden) is bepalend voor het fietsgemak. Goedkoop (Aldi of Lidl) duidt niet per se op inferieure kwaliteit. Uw shirts moeten gemakkelijk zitten en snel drogen. Lange mouwen zijn in de periode mei-september niet nodig indien u een windjack meeneemt. Outdoorschoenen (bijv. Gore-Tex) zijn meer geschikt dan gewone lage schoenen of gympen. Voor regenkleding is er de keuze tussen een poncho en een regenjack plus regenbroek. Een poncho beschermt minder, maar als u lange tijd een regenjack en regenbroek draagt bent u van binnen net zo nat als van buiten. Om uw schoenen (en uw voeten) tegen de regen te beschermen kunt u plastic overtrekhoezen meenemen. Maar fietsen met deze hoezen om Uw schoenen is lastiger en kan dus gevaarlijker zijn. Bij (veel) koude regen kan het een idee zijn een badmuts onder uw helm te dragen. Dit voorkomt dat uw hoofdhuid niet alleen erg nat maar vooral ook erg koud wordt. Persoonlijk ben ik erg terughoudend in het gebruik van regenkleding. Een regenjack is prima, maar een regenbroek en overschoenen zijn niet per se nodig. Zo erg is het ook weer niet als uw fietsbroek, uw benen en uw outdoorschoenen nat worden. Het droogt allemaal (meestal) weer snel. Natuurlijk niet als het dagen achtereen regent, maar laten we daar maar niet van uitgaan. Fietsen met een reflecterend vestje is in Frankrijk bij slecht zicht (regen, mist, schemering) verplicht.

Reparatiespullen en reserve-onderdelen.

Niet met deze fiets op stap gaan.

Niet met deze fiets op stap gaan.

Let extra op het meenemen van reparatiespullen en onderdelen. Maak een onderscheid tussen ‘noodzakelijk’ en ‘misschien handig’. Noodzakelijk zijn: bandenreparatie, remblokjes, rem- en versnellingskabels, (nood)spaken en gereedschap om banden af te nemen, remblokjes te monteren en kabels of spaken te vervangen. En een flesje olie en een poetsdoekje voor het onderhoud van de ketting. Materiaal om een gebroken ketting te repareren en een extra binnenband zijn het begin van de categorie ‘misschien handig’. Alles wat u meer meeneemt is vooral een belasting. Een steeksleutelset, ringsleutels, torxsleutel, cranktrekker, zadelspanner, etc. is veel ijzer en dus veel gewicht. Niet doen. Neem het risico, tenzij uw fiets een barrel is die beter gesloopt kan worden. Een buitenband is vooral onhandig om mee te nemen. Het ding laat zich lastig opvouwen.

Roncesvalles. Pelgrims slapen dichtbij elkaar.

Roncesvalles. Pelgrims slapen dichtbij elkaar.

Oordopjes.

Oordopjes neemt u mee om te voorkomen dat u ’s nachts geen oog dicht doet in een refugio. Vrijwel altijd liggen daar een of meer notoire snurkers. En als u daarvoor gevoelig bent duurt een nacht zonder oordopjes (of watten) wel erg lang.

Creditcard.

Indien u al een creditcard heeft dan neemt u die uiteraard mee. Indien u geen creditcard heeft kunt u overwegen er een aan te schaffen. Per se nodig is het niet maar het is wel erg handig. Betalingen in hotels, restaurants, de supermarkt en musea kunnen vrijwel altijd via de creditcard verlopen. U hoeft weinig cash op zak te hebben en ook een bezoek aan een geldautomaat is een zeldzaamheid. Als u onderweg uw terugreis per vliegtuig wilt boeken is een creditcard zonder meer noodzakelijk. Mocht u nog overwegen travellercheques mee te nemen, dat is niet nodig. In Frankrijk en Spanje (en in nagenoeg de hele wereld) staan geldautomaten. Met een bankpas (en een creditcard als back-up) kunt u vrijwel elk dorp geld opnemen. Ook pinbetalingen in winkels worden in de SEPA-zone meer en meer algemeen.

Kompas.

Kompas

Voor wie met een GPS op de fiets stapt is een kompas mogelijk niet nodig. Voor alle anderen wel. Ondanks de onvolprezen routeboekjes van Sweerman kunt u in ’n situatie komen niet te weten waar u bent. En als er dan geen zon zichtbaar is, is het gokken welke kant op. Een kompas brengt uitkomst in die zin dat u weet waar de windstreken liggen. En dan kunt u een bewuste keuze maken naar het westen of naar het zuiden te rijden.

Fietshelm.

In Spanje is een fietshelm buiten de bebouwde kom officieel verplicht. Niet dat er zichtbaar op gecontroleerd wordt, maar toch. U kunt een bekeuring (150 euro) krijgen van de Guardia Civil als de agent zijn dag niet heeft. Een fietshelm is vooral veiligheid. Een botsing of een val zijn niet uitgesloten en het is daarom verstandig altijd een helm te dragen. Als het niet te warm is, is dat ook geen enkel probleem. U ziet er wat koddig uit maar daar heeft uzelf het minste last van.

Babyshampoo.

Wat moet u onderweg met babyshampoo? Kleren wassen! Het spul is een uitstekend wasmiddel en aangezien u uw kleren moét wassen onderweg is het handig een flacon mee te nemen. Anders bent u te afhankelijk van wasgelegenheden op campings en refugio’s. Die zijn er wel, maar niet in ruime mate. En verder is babyshampoo ook gewoon bruikbaar om uw haren te wassen.

Klein rugzakje.

Fusilli op een-pitsbrander

Fusilli op een-pitsbrander

Zeker als u gaat kamperen en regelmatig zelf uw avondeten kookt, kan een klein rugzakje handig zijn. Het weegt bijna niks en komt goed van pas om de boodschappen in te doen die u in de plaatselijke supermarkt of onderweg gekocht hebt. Het is best lekker om ’s avonds voor uw tentje of op een overnachtingsadres een flesje wijn met een nootje of kaasje erbij soldaat te maken.

Aanvullend kunt u denken aan: petje met nekbescherming (tegen felle zon), fleecetrui, pyama, zwemkleding, kampeerkaart, extra kampeerspullen (binnenslaapzak, grondzeil, etc.), extra etenswaren (pindakaas, suiker, rijst, boter, etc.), extra kookspullen (extra gasflesje, windscherm, bakolie, koekenpan, etc.), reservebatterijen en naaigerei. Maar weest gewaarschuwd: Elke kilo moet over elke heuvel gesleurd worden. En alles -zelfs pindakaas- is in Frankrijk of Spanje te koop.

naar boven

Risico’s

Het belangrijkste risico dat u loopt is onderweg ziek worden. Denk hier niet te licht over. U kunt een eenvoudig ‘griepje’ oplopen maar ook een ernstiger aandoening. Echte griep, knieproblemen, ontstekingen aan uw zitvlak, voedselvergiftiging, verkouden worden, etc. In een enkel geval een serieuze ziekenhuisopname, in een uitzonderlijk geval met fatale afloop.
Maar u kunt er veel aan doen om dit risico te beperken. Vertrek in goede conditie en vermijd overbelasting. Verzorg ook uw lichaam goed, met name uw zitvlak en uw liezen. U zit dagelijks een uur of zes op de fiets en zeker als het warm is kunnen er schuurplekken op de (vochtige) huid ontstaan. Een simpele voorzorgsmaatregel is het dagelijks gebruik van vette (uier)zalf of uiercrème. Smeer ook zonnebrand ook al lijkt de zon niet fel te schijnen. En een staafje lippencrème gebruiken kan ook problemen voorkomen.

Een voedselvergitiging kan erg hinderlijk zijn

Een voedselvergiftiging kan erg hinderlijk zijn

Ondanks alle maatregelen kan het u toch overkomen onderweg te ziek te worden om verder te fietsen, bijvoorbeeld door buikgriep of een (lichte) voedselvergiftiging. Als bijna alle energie uit uw lichaam is weggevloeid en er weinig hoop is op snel herstel rest maar een keus: stoppen. Lees hier een verslag van een Vlaamse pelgrim die dit is overkomen.

Sommigen vragen zich af of een medische (sport)keuring vooraf nuttig is. Zo’n keuring kan zin hebben maar alleen als er een serieuze aanleiding bestaat én indien u bereid bent het advies van de arts op te volgen. In geval zijn advies is: ‘niet gaan’. Normaal gesproken kan iedereen met een doorsnee conditie de tocht aan. U hoeft geen sportmens te zijn. Maar serieus trainen is wél noodzakelijk. Maak tenminste 10 à 15 fietstochten van rond de 100 km.
Ook het gebruik van medicijnen hoeft geen enkele belemmering te geven. Zelfs een overwonnen ziekte (hartaanval, kanker, om wat praktijkgevallen te noemen) is lang niet altijd een ‘no go’. Raadpleeg in zulk geval eventueel een huisarts of een andere deskundige voor een goed advies. Maar alleen als u van plan bent ’t ook op te volgen. Anders heeft ’t weinig zin.

Andere risico´s staan hieronder met enkele risicobeperkende maatregelen.

a. Verdwalen.
Waar zijn we?

Waar zijn we?

Even van de route raken en de route weer opzoeken is normaal. Maar verdwalen, ik bedoel: niet weten waar u bent, kan een echt probleem zijn. De meest eenvoudige risicobeperkende maatregel is navigatie-apparatuur meenemen. Of gebruik te maken van een navigatie-app op uw telefoon. In’t geval u geen apparatuur meeneemt of als de techniek u in de steek laat is een kompas handig in het geval de zon niet zichtbaar is. Aangevuld met wat richtinggevoel en een toefje geluk komt u er meestal wel uit. Vragen aan een lokale bewoner waar u bent uiteraard ook. Mits u in de bewoonde wereld bent. Let wel: op het Franse en Spaanse platteland spreekt men (meestal) uitsluitend de moedertaal. Uw gesprekspartner een kaart uit het routeboekje laten zien helpt vaak ook niet. Hij/zij heeft meestal geen leesbril bij de hand….
Een andere maatregel kan zijn dat u frequent checkt of u ‘nog goed zit’. Maar dit gaat ten koste van de beleving van de tocht. U zit met uw hoofd veel meer bij het routeboekje en de weg in plaats van bij de omgeving: mensen, natuur, cultuur.

b. Hongerklop.

Indien u onvoldoende hebt gegeten, met name voorafgaand aan een forse klim, dan kunt u overvallen worden door de ‘man-met-de-hamer. Deze uitdrukking betekent dat u plotseling volledig uitgeput bent een geen meter meer kunt fietsen. Vermijd dit risico door onderweg regelmatig wat te eten en te drinken. En door ’s ochtends niet op nuchtere maag op de fiets te stappen. Wacht niet met eten tot u op een col bent aangekomen, want dat zou wel ‘ns kunnen betekenen dat u de col nooit fietsend bereikt.

c. Materiaalpech.

Bijna iedereen gaat ervan uit dat dit risico zeker realiteit wordt. Bijv. bandenpech. Maar dat hoeft helemaal niet. De kans dat u Santiago bereikt zonder materiaalpech is zeer wel aanwezig. Naast bandenpech zijn de belangrijkste risico’s:
– Kabelbreuk.
– Kettingbreuk.
– Gebroken spaken.
– Slag in het wiel.

Pech onderweg

Pech onderweg

Bijna al deze risico’s kunt vermijden door voorzichtig met uw fiets om te gaan en rustig te fietsen. Neem voor reparatie van uw fiets alleen het hoogst nodige mee: bandenafnemers en plakspul, extra spaken en spakensteller, rem- en schakelkabels en een kettingpons plus een stukje ketting. Een setje remblokjes plus montagegereedschap meenemen is vanzelfsprekend.
Sommigen maken zich al bij voorbaat zorgen om ‘pech onderweg’ en nemen zelfs een reservebuitenband mee. Natuurlijk is er kans op pech. De kans op pech vermindert u door met een fiets die op en top in orde is te vertrekken en door onderweg uw fiets met zorg te behandelen. De kansen op een lekke band zijn mogelijk te beperken met antilekbanden. En door grindpaden te vermijden. De Sweermanroute doet dat vrijwel altijd maar op enkele stukken kan dat praktisch gesproken niet. Soms biedt Sweerman u de keuze: asfalt of losse stenen in alle formaten. Kiest u ervoor zoveel mogelijk de wandelroute te volgen dan is het rijden van grote stukken over zandpaden met grind, keien of scherpe stenen onvermijdelijk. Met alle risico’s van dien.
Maar een lekke band is zo erg nog niet en de kans erop is kleiner dan u zou verwachten. Erger is een slag in het wiel ten gevolge van een of meer gebroken spaken of een smak met uw wiel in een kuil in de weg. Doordat uw fiets zwaar beladen is, is de kans hierop groter dan u mogelijk verwacht. En verder is er kans op het lostrillen van schroefjes, moertjes en boutjes. Een kapotte ketting kan u ook overkomen, maar de kans hierop is vrij klein mits u soepel schakelt.

d. Slecht weer.

Dit risico is alleen te beperken door te gaan fietsen als de kansen op ‘goed weer’ het grootst zijn. Bijv. in juni. Maar u moet ervan uit gaan dat u onderweg ‘slecht weer’ zult treffen. In de vorm van regen en/of een flinke tegenwind. Maar het kan ook koud zijn, bijvoorbeeld op Spaanse hoogvlakte, of op de twee Spaanse cols en in de Pyreneeën. Of het is ongenadig heet in juli of augustus. Uiteraard, er zijn voorbeelden van geluksvogels die alleen maar goed fietsweer hebben gehad. Maar de kans daarop is niet zo heel groot.

e. Vallen of een aanrijding.

Omdat uw fiets wat minder handelbaar is vanwege de kilo’s bagage en omdat er nauwelijks fietspaden zijn zodat u vaak over een gewone asfaltweg rijdt, is er kans op vallen en/of een aanrijding. Ook dit risico is alleen te vermijden door voorzichtigheid te betrachten, vooral tijdens regen en door niet met 40 km/uur of meer bergaf te fietsen.
Op sommige sites wordt gewaarschuwd voor roekeloze Franse en Spaanse chauffeurs. Die zijn er ongetwijfeld. Maar mijn ervaring (o.a op de N-120)  is dat achteropkomend vrachtverkeer fietsers met een zo groot mogelijke boog passeert. En dat een hele rij auto’s achter mij, me bergje-op niet durfde te passeren vanwege een doorgetrokken streep. En dus reed de hele sliert stapvoets. Ook stoppen Fransen en Spanjaarden voor een oranje verkeerslicht. Dat alles is in Nederland een zeldzaamheid. Kortom, het verhaal van de splinter en de balk.

Kilometers lang afdalen na Cruz de Ferro

Haal geen capriolen uit tijdens een afdaling, al is de verleiding nog zo groot om met 70 km per uur of meer naar beneden te rauschen. Eén enkel steentje kan fataal zijn. Nog afgezien van de risico’s die u loopt in bochten. Het is geen Tour de France-parcours zonder tegenliggers. Vergis u ook niet in de krachten die 20 kilo bagage kunnen veroorzaken. Met hoge snelheid op een nat wegdek hebt u die vrijwel niet onder controle. Kortom, ben continue alert op uw gezondheid. Voortijdig moeten afbreken omdat u ziek bent of bent gevallen zal een enorme teleurstelling zijn.
Ter illustratie van wat er kan gebeuren als u in een afdaling uw fiets niet meer onder controle heeft: “Plotseling, in een bocht en met een vaart van zo’n 60 kilometer, krijg ik door een hobbel en een bobbel in de weg met een zogenaamde speedwobble te maken. Mijn fiets slingert heel heftig van links naar rechts en ik besef dat er iets ongewenst gaat gebeuren. Ik kan echter niet corrigeren. Na even weg geweest te zijn (weet absoluut niet dat en hoe ik gevallen ben) ben ik weer bij de wereld en tref mezelf aan in de berm naast de weg. Een man en vrouw zijn daar en ambulance en politie worden gebeld.” (bron: Fietsverslag Annelies Vorselaars, april 2012).
Gelukkig is betrokkene er zonder al te veel kleerscheuren vanaf gekomen, maar de reis naar Santiago was wel ten einde.
Waarschijnlijk is in dit praktijkvoorbeeld sprake geweest van ‘shimmy’. Shimmy is het verschijnsel dat de fiets in een afdaling plotseling gaat zwabberen en moeilijk weer onder controle is te krijgen. Lees meer op de site 100 Cols-tocht. Indien er onderweg iets mocht gebeuren waardoor de tocht afgebroken moet worden, een telefoontje met Soetens (+31653713539) is genoeg om te regelen dat uw fiets thuiskomt. Uw eigen terugreis wordt hopelijk door anderen voor u geregeld.

f. Diefstal.

U kunt bestolen worden. In het klein maar ook in het groot. Uw fiets compleet met bagage kan opeens foetsie zijn. Het overkwam een pelgrim toen hij nog in Nederland was…
In algemeen is het ‘dreigingsniveau’ in Franse en Spaanse steden minder dan in menige Nederlandse grote stad.

Uiteraard sluit u uw fiets goed af als die ergens wordt gestald. Maar uw bagage beschermen tegen diefstal is niet altijd mogelijk. Wanneer u onderweg wat wilt bezichtigen of even in een winkel inkopen wilt doen zit uw bagage onbeheerd op uw fiets. Dat kan een ongemakkelijk gevoel geven. Maar anderzijds is het risico beperkt. Er zijn niet zoveel criminelen geïnteresseerd in gebruikte kleding en een vale slaapzak. Als deze bagage op een splinternieuwe luxe fiets zit is het risico op diefstal van bagage én fiets uiteraard groter. Gebruik daarom bij voorkeur geen nieuw rijwiel van meer dan 2.000 euro en stal uw fiets gerust even in een dorpje om er wat rond te lopen.

Voor sommige fietsers is de kans op diefstal een reden met z’n tweeën te gaan. Dan kan de een op de fietsen letten als de ander een bezienswaardigheid bezoekt of even boodschappen doet. Maar deze oplossing doet veel afbreuk aan een echte Caminobeleving. Er zijn ook pelgrims die aan een bedelaar een of twee euro geven en als tegenprestatie verwachten dat de bedelaar een tijdje als bewaker van fiets en bagage functioneert. Of het inschakelen van dergelijk personeel in de praktijk ook werkt is me niet bekend.

In de regel is er dus geen reden u zorgen te maken over diefstal. In albergues heeft iedereen zijn spullen in de buurt van zijn bed liggen. Schoenen staan voor het open raam te luchten. Niemand (nou ja, bijna niemand) die er aan denkt spullen te jatten. Wilt U er echt zeker van zijn dat er niks mis gaat, blijf dan in de buurt als u uw mobieltje ergens hebt ingeplugd om op te laden.

g. Teveel bagage.
Teveel bagage

Teveel bagage

Een veel voorkomende fout is dat er teveel bagage wordt meegenomen. Met als risico dat uw fiets te zwaar beladen is en u daarvan erg veel (of onoverkomelijke) hinder ondervindt. Zacht uitgedrukt: het is heel erg vervelend om bergop grote afstanden te moeten lopen omdat u het fietsend niet kunt trekken. Onderweg naar de Somportpas ontmoette ik een fietser die al 8 km te voet had afgelegd. Een drama. Dus beperk uw bagage. Indien u niet kampeert en niet zelf kookt is 15 kilo een mooi richtgetal. Indien u wel kampeert en kookt is 23 kilo het absolute maximum. Bent u ouder dan 60 jaar: maximaal 20 kilo, maar liefst 5 kilo minder.

h. Ruzie.

Stel u gaat als duo of in een nog groter gezelschap. Meestal met bekenden maar het komt voor dat volslagen vreemden elkaar gevonden hebben op een of andere (dating)site en besloten hebben samen op reis te gaan. Prima. Maar er is een -hopelijk klein- risico op onenigheid of zelfs een ordinaire ruzie tussen de reisgenoten. De meest effectieve maatregel om ruzie te voorkomen is alleen op stap gaan. Maar dat kan juist ongezellig zijn of als te risicovol worden ervaren. Wat dan? Maak een paar afspraken en probeer onderweg de afspraken te respecteren. Op papier zetten hoeft ook weer niet, maar de plannen even goed doorspreken is een goed idee, ook de minder prettige en de minder waarschijnlijke aspecten. Het gaat daarbij om zaken zoals:

  • Wanneer is ’s ochtends het vertrek, ongeveer? Acht uur of tegen tienen?
  • Hoe luxe wordt er dagelijks geluncht? Lunchpakket of restaurantje?
  • Hoeveel tijd is er om wat te zien? En wie bepaalt wanneer en hoe lang?
  • Hoe snel wordt er gereden? En hoeveel uur per dag?
  • Wordt er altijd samen gereden of kan iemand er tijdelijk alleen op uit gaan?
    “Ik zie je straks wel weer, bij de kerk in St. Christophe!” Of is egotripperij alleen toegestaan tijdens een klim? “We wachten op de top altijd op elkaar.”
  • Wat doen ‘we’ bij ziekte van een van de reisgenoten?

U kunt dit lijstje ongetwijfeld aanvullen met de aspecten die voor u van belang zijn. Mijn betoog is niet dat u over álles afspraken moet maken, maar bespreek dit issue wel vóórdat u vertrekt. En als u en uw compagnon(s) besluiten weinig of geen afspraken te maken en alles te nemen zoals ’t komt, ook prima. Wissel in elk geval telefoonnummers uit voor ’t geval de een de ander(en) kwijt is.
In De Jacobsstaf nr 97 wordt dit thema op pagina 16 aan de hand van reacties van leden behandeld. De kwestie heet ‘Een gebroken vriendschap’. Dramatische aanleiding voor dit artikel is een brief die de redactie van De Jacobsstaf in 2012 ontving. Een lid van het Genootschap schreef dat zijn vriendschap met boezemvriend tijdens de tocht eindigde in een definitieve breuk. En er zijn meer voorbeelden. En eensluidend advies hoe dit te voorkomen is er niet. Er zijn uiteraard voorbeelden dat het goed gaat tussen de compagnons. Maar besef dat het ook mis kan lopen.

i. Wilde honden.

Foncebadón, geen wilde hond te zien

Verhalen over (wilde) honden die u onderweg aanvallen zijn wat overdreven. Misschien was het vroeger zo maar nu niet meer. Wel kunt u een keffertje achter u aan krijgen als u door een landelijk gebied fietst. Maar dat is niet veel anders dan op het Nederlandse platteland. Wilt u geen enkel risico lopen, neem dan een hondenfluitje mee. Een gewoon fluitje kan handig zijn om (uw compagnon) een fluitsignaal te geven als de afstand te groot is om te roepen.

naar boven

Statistieken

Voor degenen die geïnteresseerd zijn in cijfers heb ik wat statistisch materiaal verzameld en in enkele grafieken samengebracht. De bronnen van dit cijfermateriaal zijn de ‘estadisticas’ (statistieken) van het Pelgrimsbureau (Oficina del Peregrino) in Santiago de Compostela en de gegevens van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob. De extrapolatie van het aantal pelgrims naar de komende jaren is de uitkomst van wat in het jargon van consultancybedrijven ‘eigen analyse’ wordt genoemd. Dat betekent dat de getallen zelf verzonnen zijn. Zo ook in dit geval. Mijn voorspellingen zijn puur het resultaat van koffiedik kijken.

Ontwikkeling aantallen pelgrims

Aantallen pelgrims grafiek 1983-2021 per jan 2019Sommige publicaties spreken over een al meer dan 1.000 jaar bestaande pelgrimstocht. Dat roept het beeld op dat al vele eeuwen grote aantallen pelgrims naar Santiago gaan. Dat is niet zo. De pelgrimstocht bestaat inderdaad al meer dan 1.000 jaar, maar de belangstelling ervoor is van vrij recente datum, na eeuwenlang in ruste te zijn geweest. Na vele tientallen (mogelijk honderden) jaren waarin er nauwelijks een pelgrim naar Santiago de Compostela liep (bijv. in het hele jaar 1978 werden slechts dertien pelgrims geteld), trad in 1993 een trendbreuk op. In samenwerking met de regering van Galicië kreeg het bisdom de bedevaart weer op gang. In 1998 kwamen er ruim 30.000 pelgrims aan. In 2015 werden ruim 260.000 pelgrims geregistreerd. In het ingelaste Heilig Jaar 2016 hebben zich wat minder pelgrims gemeld dan verwacht: 277.915, maar 2018 was een record: bijna 330.000 pelgrims. De stijging van de afgelopen jaren blijkt zich onverkort voort te zetten. Dat gevoegd bij de verwachting dat de kathedraal in 2021 (grotendeels) gerestaureerd zal zijn leidt ertoe dat ik in 2021 400.000 pelgrims verwacht.
Het is opmerkelijk dat het aantal Nederlandse pelgrims de laatste jaren grofweg constant blijft, ongeveer 3.500, in 2018 waren ’t er 3.670. Het aantal pelgrims dat vanuit huis start is dalend: van 578 in 2015 via 551 en 457 naar 396 in 2018. Blijkbaar neemt het aantal fietsers af, want vooral die vertrekken vanuit huis; wandelaars beginnen vaak aan de voet van de Pyreneeën.
Ook het percentage fietsers in de totale populatie pelgrims daalt. Was het enkele jaren geleden zo’n 10%, in 2017 lag het op 7% en in 2018 op 6,35%. Waarschijnlijke oorzaak van én de toename van het aantal pelgrims én de relatieve afname van het aantal fietsers is het toenemende aantal wandelaars dat alleen het laatste deel van de camino loopt. Grofweg de laatste 100 km met als startplaats Sarria. In deze plaats startten in 2018 88.500 pelgrims, bijna 50% van alle pelgrims die de Camino Francés volgden.
De snelle stijging van het totale aantal pelgrims kan uiteraard niet zonder gevolgen blijven. Ondanks de uitbreiding van het aantal (private) albergues in Spanje zal de toenemende drukte het vinden van een bed in een albergue lastiger maken.
Aan de stijging van het aantal pelgrims liggen -vermoed ik- onderstaande oorzaken ten grondslag:
1. De camino lopen levert inspiratie voor een nieuwe levensfase. Het aantal mensen dat hieraan behoefte heeft neemt toe, bijv. na een echtscheiding, burn-out, mislukte studie, overwonnen ziekte, etc.
2. De camino (gedeeltelijk) lopen of fietsen is vooral voor Spanjaarden een goedkope manier van vakantie houden. De faciliteiten zijn prima en de prijs is laag.
3. Reisorganisaties wakkeren het caminotoerisme aan. Zij beloven hun klanten de unieke ervaring van eeuwenoud ritueel gecombineerd met een luxe ondersteuning. Onder andere Amerikanen (in 2018 ruim 18.000) lijken hiervoor gevoelig en lopen de laatste 100 kilometer met minimale bagage.
4. Europa vergrijst. Voor vitale pensionado’s is de camino een interessante uitdaging. Niet al te moeilijk, prima faciliteiten en de camino lopen/fietsen levert een unieke beleving op.
5. Er zijn gelovige katholieken, naast Spanjaarden ook veel Italianen, die de tocht zien als een bedevaart naar een Heilig Oord.

Deze compleet verschillende motieven, gecombineerd met de internationale diversiteit maakt het gesprek met pelgrims die u onderweg ontmoet zo interessant.

aantal-pelgrims-1970-2018-tabel*) Vanaf 1993 ging de regering van Galicië de Camino actief ondersteunen en promoten.

Het wordt dus steeds drukker op de Camino. Dat brengt sommigen ertoe te beweren dat de Camino aan zijn eigen succes ten onder zal gaan. En inderdaad, er zijn zorgelijke ontwikkelingen. Zoals de sterk toenemende commercialisering en de ‘hordes’ caminotoeristen die door tal van reisorganisaties tussen de pelgrims worden gedropt.

Lopende pelgrims kunnen het de fietser lastig maken.

Drukte op de Camino.

De toenemende drukte merkt u pas echt op het laatste deel van de Camino. Ruim veertig procent van de pelgrims vertrekt in of ná León. Vanaf Sarria kan de drukte enorm zijn omdat starten in deze plaats, 114 km van Santiago, voor wandelaars nog net recht geeft op een Compostolaat. In 2014 startte een kwart van alle pelgrims in dit stadje. Na Sarria is het dus druk op de Camino, vooral in augustus. Overigens, omdat de fietsroute regelmatig afwijkt van de wandelroute is de ‘hinder’ van de massa’s lopende pelgrims niet overal aanwezig.
Mocht de indruk ontstaan dat er maar één Camino is, dan wil ik die bij deze wegnemen. Er zijn verschillende Camino’s. De belangrijkste officiële pelgrimsroutes en hun belangstelling in aantallen pelgrims is:

– Camino Francés: 186.000
– Camino Portugués: 66.000
– Camino del Norte: 19.000
– Via de la Plata: 9.000
– Camino Primitivo: 15.000
– Camino Inglés: 14.000

De cijfers zijn uit 2018. Het constante patroon over de jaren heen is dat de Camino Francés veruit de populairste route is. De belangstelling voor de kleinere routes kan van jaar tot jaar verschillen.

Ontwikkeling aantallen Nederlandse pelgrims

Aantallen NL pelgrims grafiek 1983-2021 per jan 2019Het aantal Nederlandse pelgrims is in enkele jaren geleden explosief gestegen. Van 2.500 in 2011 naar zo’n 3.500 in 2015. De afgelopen jaren stagneert de groei enigszins; Het zou kunnen dat de top -3.500- is bereikt.
Uit de grafiek blijkt dat Heilige Jaren geen invloed hebben op het aantal Nederlandse pelgrims. Nergens zijn pieken te zien, maar misschien is er een kleine opleving in het Heilig Jaar 2021.
In deze cijfers zijn de fietsers en wandelaars die zich in Santiago niet hebben laten inschrijven niet meegeteld. Hoeveel er dat zijn is moeilijk te zeggen. Het aantal Nederlandse fietsers dat zonder credential op stap gaat en zich (dus) niet laat inschrijven op het pelgrimsbureau in Santiago zou wel eens -relatief gesproken- aanzienlijk kunnen zijn. Het idee ‘pelgrim’ te zijn en de associatie met het katholieke geloof kan sommigen ervan weerhouden een credential te kopen. Het scheelt een paar euro maar u kunt geen gebruik maken van de diensten van (de meeste) albergues. Uiteraard geen probleem voor hen die dat toch al niet van plan waren.

Statistieken Nederlandse pelgrims 2013

Statistieken Nederlandse pelgrims 2013

Van de 3.670 Nederlandse pelgrims die in 2018 aankwamen vertrokken er 396 uit Nederland. Dus slechts 11% van de Nederlandse pelgrims vertrekt vanuit huis, 5 procentpunt lager dan een paar jaar geleden. Een deel van hen (naar mijn inschatting ongeveer 250) pakte de fiets. Ongeveer 2/3 (ook een schatting) van de fietsers neemt de westelijke route door Frankrijk. Een derde volgt de oostelijke route. Dat verklaart waarom u op de oostelijke route weinig of geen Nederlandse pelgrims ontmoet. Na Puente la Reina wordt de kans op ontmoetingen met Nederlandse pelgrims aanzienlijk groter.
Als u via St.Jean-Pied-de-Port fietst dan zult u merken dat dit dorpje een populaire startplaats is. In 2018 vertrokken hier bijna 33.000 pelgrims. Binnen de stadsmuren komt u tientallen pelgrims tegen. Bovendien trekt het dorpje veel toeristen. Voor sommigen is dit een reden om St.Jean-Pied-de-Port te mijden. Het pelgrimsbureau ligt hoog in de ‘binnenstad’ aan de hoofdstraat, net voor een oude stadspoort.

De drukte per maand

aantal pelgrims in 2015 per maand

Ook in 2015 was augustus de drukste maand.

In 2018 werden bij het pelgrimsbureau 327.378 pelgrims geregistreerd (alle routes bijeen), waarvan er 20.787 per fiets arriveerden. Hiernaast een grafiek van de verdeling over het jaar. De verdeling over de maanden van het jaar en de verhouding Spaanse/buitenlandse pelgrims was in 2018 nagenoeg gelijk aan 2015. Zo was augustus was ook in 2016 met zo’n 55.000 pelgrims weer veruit de drukste maand. In 2018 lag dit getal op 60.415. De aantallen nemen toe, de verhoudingen zijn stabiel.
Voor een goede interpretatie van deze grafiek is het belangrijk te weten dat: (1) de helft van alle pelgrims Spaanse wandelaars en (enkele) mountainbikers zijn, (2) ongeveer twee-derde van het totale aantal pelgrims de Camino Francés neemt en (3) ruim 50% van de lopende pelgrims in of na León vertrekt.

De Spaanse Meseta met windmolens.

De Spaanse Meseta met windmolens.

De grote drukte is in augustus op deze laatste kilometers goed merkbaar. Vooral vóór twaalf uur. Vanaf Sarria (in 2018 startte bijna de helft van alle pelgrims die de Camino Francés liepen in Sarria) wandelen grote colonnes voetgangers richting Santiago. De albergues draaien overuren. Op het traject vóór León is het aantal pelgrims weliswaar minder, maar er zijn ook minder en minder grote albergues. Het vinden van een bed in een albergue kan (mede vanwege het acceptatiebeleid) voor fietsers ook daar lastig zijn. En de hygiëne in albergue is in augustus ook ietsje minder dan u zou wensen. Mijd dus augustus, niet alleen vanwege de hitte op de Meseta.

Nationaliteiten

Hieronder enkele gegevens over de herkomst van pelgrims in 2018:

1. Spanjaarden: 44%
2. Italianen: 8%
3. Duitsers: 8%
4. Noord Amerikanen: 6%
5. Portugezen: 4%
6. Fransen: 3%
…..
14. Nederlanders: 1,1%
15. Mexicanen: 1%
Overige landen: 25%

Ook deze verdeling naar nationaliteit is over de jaren heen vrij constant. Ongeveer de helft van alle pelgrims komt uit Spanje. De Italianen, Duitsers en Fransen staan altijd bovenin de top 10, meestal in deze volgorde. De Amerikanen zijn goed vertegenwoordigd maar ze lopen (soms fietsen) meestal enkel het allerlaatste stukje van de route. De meeste Portugezen nemen de Camino Portugués. Nederland lijkt definitief uit de top 10 verdwenen. Net in of net buiten de top 10 vallen Canada, Brazilië, Australië, Engeland, Ierland, Polen, Zuid Korea en sinds kort Mexico. De Belgen zakken met 0,65% steeds verder af. Vijftien landen leveren negentig procent van alle pelgrims. De groep ‘overige landen’ is een verzameling pelgrims uit 165 van de ongeveer 200 landen ter wereld. Vrijwel de hele wereld -enkele landen uitgezonderd, bijv. Noord-Korea- is vertegenwoordigd. Ook landen als Saudi-Arabie, Brunei en Soedan.

Opvallend is het grote aantal Zuid-Koreanen op de Camino Francés. Ook in 2018 stond het land met meer dan 5.600 pelgrims in de statistieken weer ruim bóven Nederland. Een engelstalig artikel noemt deze oorzaken:

  • het boek ‘de Alchemist’ van Coelho, ook populair in Zuid-Korea. En het boek ‘the way to Santiago’ van de Koreaanse schrijfster Kim Hyosun, waarvan meer dan 100.000 exemplaren werden verkocht.
  • er zijn in Zuid-Korea relatief veel katholieken. Paus Franciscus bezocht in 2014 de 6e Aziatische Jongerendag in Seoul.
  • het werk van de Koreaanse journalist Suh Myung-suk. Zij nam het initiatief voor een Koreaanse versie van de Camino in eigen land, de Jeju Olle trail, nadat ze in 2006 de Camino Francés had gelopen. Blijkbaar inspireert dit wandelpad veel Koreanen om het origineel te lopen.

Leeftijd

Niet alleen 'oude' mannen fietsen naar Santiago

Niet alleen ‘oude’ mannen fietsen naar Santiago

De indruk kan ontstaan zijn dat het fietsen van de Camino een bezigheid is voor mensen, met name mannen, die al enigszins op leeftijd zijn. Het is ongetwijfeld waar dat onder Nederlandse pelgrims de leeftijdscategorie zestig-plus relatief groot is (in 2014 ongeveer 45%). Maar aangezien de Nederlandse pelgrims slechts 1% van het totale aantal pelgrims uitmaken is de gemiddelde leeftijd van de Nederlandse pelgrim niet maatgevend. De relatief ‘massale’ Nederlandse belangstelling voor fietsen legt dus geen gewicht in de schaal. De leeftijdsverdeling over het totaal aantal pelgrims in 2018 nagenoeg gelijk aan de verdeling in de afgelopen jaren:

  • jonger dan 30: 27%
  • tussen 30 en 60 jaar: 55%
  • zestig jaar en ouder: 18 %

De verdeling man/vrouw is keurig; ongeveer 50/50.

Klik op statistieken-pelgrimsbureau-2018 voor meer statistische gegevens gepubliceerd door het Pelgrimsbureau in Santiago.

naar boven

Motief

Velen spelen met het idee naar Santiago de Compostela te fietsen, spontaan of aangestoken door een verhaal van deze of gene vage kennis die ‘het ook gedaan heeft’. Het is dan ook een bijzondere bestemming. Jaarlijks melden zich meer dan 300.000 wandelaars en fietsers bij het Pelgrimsbureau voor een getuigschrift: de Compostela of het Certificado de Distancia.
Zij hebben uiteenlopende motieven om naar Santiago de Compostela te lopen of te fietsen. Bij (Nederlandse/Vlaamse) fietsers zijn grofweg navolgende motieven te onderscheiden:

  1. Pelgrimeren. Het met minimale middelen op reis gaan naar een bedevaartsoord.
  2. Op fietsvakantie gaan. Genieten van natuur, cultuur, lekker eten/drinken en ontmoetingen met mensen. Maar vooral: intens genieten van een enorme vrijheid.
  3. Presteren. Kilometers vreten, hoogtemeters overwinnen en snelheid maken om zo snel mogelijk de meet te bereiken.

De echte pelgrim loopt….

Uiteraard zijn deze grenzen niet scherp te trekken. Ook de vakantiefietser wil onderweg ook wel ‘ns presteren door als eerste een colletje te bereiken. En bij pelgrims kan het vakantiegevoel postvatten. Het omgekeerde gebeurt ook: als vakantieganger gaan en terugkomen als pelgrim. Het gaat me hier om een grove indeling die ik gebruik om mijn primaire doelgroep een etiket te geven: de fietsende pelgrim.
Maar het moet gezegd: de echte pelgrim loopt. Pas dan ervaart u de eindeloosheid van de tocht en ondergaat u de ontberingen die eraan gekoppeld zijn. Een interessante tekst over de verschillen tussen lopen en fietsen én tussen wandelaars en fietsers op de Camino staat in De Jacobsstaf nr. 97, op pagina 40. Harry de Bot beschrijft in ‘De vrijheid van de fietser’ precies zoals ik ’t ook heb ervaren.
Tips over (langeafstand) fietsen in het algemeen en over klimmen en dalen in het bijzonder vindt u op deze site en ook hier.

Fietsen is een aantrekkelijke optie omdat het sneller gaat dan lopen en omdat u tóch nog heel veel kunt zien. Het eerste is van belang als u geen drie maanden de tijd hebt, of u uw partner niet zo lang alleen wilt laten.

Lopend naar Santiago is ver en slopend.

Lopen naar Santiago is ver, heet en stoffig met (soms) weinig schaduw.

Als u vanuit Nederland loopt bent u ruim 100 dagen onderweg, de fietser meestal 30 à 35 dagen. De fietser kan wat minder kritisch zijn op het mee te nemen gewicht. De lopende pelgrim moet op elke gram letten. Tien kilo kan, maar acht kilo is beter. Voor de fietser zijn deze cijfers resp. 23 kg en 18 kg. En tenslotte, de wandelaar heeft een behoorlijke kans op lichamelijke ongemakken: pijn in de rug en/of blaren op de voeten. De goed voorbereide fietser kan de tocht maken zonder enig lichamelijk ongemak.
Daar tegenover staat dat de lopende pelgrim de tocht aanzienlijk intenser ervaart dan de fietser. Voor de fietser kan het vakantiegevoel wel ‘ns boven komen drijven, voor de loper is de tocht bepaald geen vakantie. Santiago is voor de loper (vanuit Nederland) ver, slopend en soms afzien. Maar de beloning voor de lopende pelgrim is groter: meer gezien, meer beleefd, meer ervaren, intenser geleefd.

Pelgrimeren

Veel pelgrims ervaren het Caminogevoel op deze plek.

Veel pelgrims ervaren het Caminogevoel (ook) bij het Cruz de Ferro.

U hoort of leest over het bijzondere Caminogevoel dat bij pelgrims opkomt en u wilt dat gevoel zelf ervaren.
Wat is dat gevoel? Wat doet de Camino met u? Dat verschilt. Lopende pelgrims ervaren de Camino intenser dan fietsers. Voor pelgrims die alleen gaan is het Caminogevoel intenser dan voor hen die in (een groter) gezelschap gaan. En laat duidelijk zijn: pelgrimeren is niet alleen weggelegd voor praktiserende Rooms-Katholieken. Iedereen kan een pelgrim zijn.
De achterliggende reden om te willen pelgrimeren kan verschillend zijn.

Er zijn pelgrims in soorten en maten.

Er zijn pelgrims in soorten en maten.

Er zijn overtuigd religieuze pelgrims en er zijn pelgrims die de tocht maken om een periode in hun leven af te sluiten en een nieuwe start willen maken. En daar in alle rust over willen nadenken. Want de tocht naar Santiago biedt u álle tijd om na te denken. Zeker als u alleen gaat. En zo zijn er nog veel andere redenen om op pelgrimstocht te gaan. Maar wat veel pelgrims gemeenschappelijk hebben is het willen beleven van de Camino. Ze willen het Caminogevoel zélf ervaren. Hieronder een citaat uit een reisverslag dat een zeer treffende beschrijving van het Caminogevoel geeft, van toepassing op de fietsende pelgrim die alleen gaat:

“De camino is gaan, verder gaan, mensen ontmoeten, zich hechten aan sommigen en ze weer los laten, hen soms terug ontmoeten, veel alleen zijn, soms te veel, genieten van de stilte, de landschappen, de geschiedenis achter de kloosters en kerken, denken aan de pelgrims van eeuwen en eeuwen, hopen dat je fiets je niet in de steek laat, denken en nog eens denken, maar je tijd daarvoor nemen, niets ‘moet’, alles mag, je kiest zelf maar, mensen missen, blij zijn dat je je fototoestel toch niet verloren bent na tien minuten zoeken, dingen verliezen, overleven, soms ‘struggle for life’ maar dat wist je op voorhand …”
Bron: http://frankfietstnaarsantiagodecompostela.skynetblogs.be.

Pelgrims ontmoeten elkaar in Hontanas.

Pelgrims ontmoeten elkaar in Hontanas.

Vrijwel elk woord in de tekst van Frank beschrijft zoals ook ik de Camino ervaren heb. Laat ik het erop houden dat naar Santiago fietsen op z’n minst een zeer bijzondere ervaring is. Een ervaring om heel lang van na te genieten.
Uit het citaat hierboven blijkt ook dat het beleven van de weg ernaar toe belangrijker is dan het bereiken van de eindbestemming. Handel naar dit principe, neem de tijd en geniet onderweg!

De tocht kan ook een bezinning zijn. Een bezinning op uw carrière, uw relatie, het geloof, het leven als geheel. Dit komt nog het meest bij de pelgrims die in de Middeleeuwen de tocht lopend volbrachten.

De pelgrimstocht naar Santiago is (voor de gemiddelde Nederlander) avontuurlijk. Niemand kan vooraf uittekenen hoe alles zal verlopen gedurende de 4 à 5 weken die de tocht zal duren. Laat u niet haasten en neem de tijd om rond te kijken. Ondanks het feit dat sommige reisverslagen anders doen vermoeden, zijn de indrukken die u opdoet en de contacten met anderen het belangrijkst. Niet de afgelegde kilometers, de overbrugde hoogtemeters of de gemiddelde snelheid. Heeft U de tocht voltooid dan kunt u dat met trots aan iedereen die het horen wil vertellen.
Indien uw indruk is dat de Camino overwegend een mannenaangelegenheid is, dan is die bij deze rechtgezet: iets minder dan 50% van allen die in Santiago aankomen is vrouw. Hoeveel % van de fietsers uit de Lage Landen vrouw is, weet ik niet. Zeker is wel dat ook veel vrouwen de tocht prima aankunnen.

U kunt ook op deze manier pelgrimeren.

Uit bovenstaande blijkt dat ik een ruime definitie van het begrip ‘pelgrim’ hanteer. Dat deed het Pelgrimsbureau in Santiago vroeger ook. Op het aanvraagformulier voor een getuigschrift kon (bij de vraag naar het motief van de reis) ingevuld worden ‘religieus’ en/of  ‘spiritueel’, naast enkele andere motieven. En waarschijnlijk kruisten velen alleen ‘spiritueel’ aan om een echt compostela te krijgen. En niet het certificado alternativo. Maar dat is veranderd: alleen degenen die het motief ‘religiso’ aankruisen krijgen een compostolaat. Alle anderen kunnen voor drie euro een mooi vormgegeven certificado de distancia kopen. Dat sluit beter aan bij de werkelijke motieven van velen die zich aan de balie van het Pelgrimsbureau melden. Maar uiteraard kunt u alleen zelf bepalen wat Uw werkelijke motieven zijn.

Bernadette, opgebaard in Nevers

Bernadette, opgebaard in Nevers

Mogelijk dat de begrippen ‘pelgrimeren’ en ‘bedevaartsoord’ associaties oproepen met de pelgrimage naar het bedevaartsoord Lourdes. Maar Santiago de Compostela is in geen enkel opzicht vergelijkbaar met Lourdes. Waar ’t bij Lourdes draait om de bestemming en de rituelen die zich daar afspelen, gaat ’t bij Santiago de Compostela om het beleven van de tocht ernaar toe. In de stad zelf zijn nauwelijks rituelen, met uitzondering van de dagelijkse pelgrimsmis om 12:00 uur in de kathedraal, vooral als het wierookvat door de kerk zwaait. En de viering van de naamdag van de Apostel op 25 juli. Daarom is de aankomst in Santiago de Compostela voor sommige pelgrims een teleurstelling; men voelt nauwelijks emotie als het plein voor de kathedraal wordt bereikt. Het blijft bij het gevoel ‘Oké, ik ben er. En wat jammer dat de tocht is afgelopen’. Maar laat dit geen reden zijn om niet te gaan, de meeste emotie ervaart u onderweg! Jazeker, er zijn fietsers die bij aankomst op het plein in tranen uitbarsten van geluk, maar dat is een kleine minderheid.
Mocht u beide bedevaarten willen combineren, dat kan prima. De Sweermanroute kent een variant via Lourdes. Als u de oostelijke fietsroute door Frankrijk neemt komt u door Nevers. In het Sint Gildardklooster in Nevers is de ‘Espace Bernadette Soubirous’. Daar kunt u het opgebaarde lichaam van Bernadette zien. Het klooster ligt een paar straten ten noorden van het stadscentrum, rue St. Gildard nr 34.
Sommige fietsers willen per se geen pelgrim zijn. Ze kopen geen pelgrimspaspoort, overnachten (dus) niet in albergues, deponeren geen steen bij het Cruz de Ferro en zonderen zich af van allen die ze onderweg ontmoeten. Ieder zijn eigen keuze, maar door je als eenling op te stellen en alles te mijden wat de Camino zo bijzonder maakt, mis je veel en doe je jezelf tekort. Weer anderen klagen in hun blog over wat ze onderweg ‘moeten’ meemaken. Over de eentonige kilometers en het karige pelgrimsmenu, over onhygiënische albergues met snurkende gasten, over de hitte en de vele klimmetjes, over Spanjaarden en Fransen die geen Engels verstaan en over lopende pelgrims die de weg (over)bevolken. Vanuit een negatieve mindset gezien klopt ’t allemaal en kun je maar beter thuis blijven.

Fietsvakantie

Pelgrims of langeafstand fietsers?

De populariteit van fietsvakanties neemt toe. Korte vakantie dichtbij huis maar ook fietsvakanties naar verre bestemmingen. Met ondersteuning van de EU wordt al jaren gewerkt aan de ontwikkeling van fietsvakantieroutes door heel Europa: het project Eurovélo. Voor langeafstandfietsers die in Europa op fietsvakantie gaan is de reis naar Santiago vergelijkbaar met andere Europese bestemmingen: Rome, Praag, Berlijn, Barcelona. De fietsboekjes waarin Clemens Sweerman de route naar Santiago beschrijft zien er precies zo uit als de fietsboekjes die fietsroutes langs bijv. de Loire beschrijven. De fietstocht naar Santiago zal voor langeafstandsfietsers veel gelijkenis vertonen met andere langeafstandsroutes. Behalve op één punt: de populariteit van de route. Die is aanzienlijk groter. Zowel onder fietsers maar zeker onder wandelaars. Geen enkele fietsvakantiebestemming trekt zoveel reizigers (fietsers en wandelaars) als Santiago de Compostela. En drukte die dat tot gevolg heeft, heeft voor- en nadelen. Als u zich dat realiseert kan Santiago de Compostela ook een prima fietsvakantiebestemming zijn.

De Camino wordt (helaas?) commerciëler

De Camino wordt (helaas?) commerciëler

Door de sterk toegenomen belangstelling wordt de Camino commerciëler en efficiënter. Zo moet tegenwoordig betaald worden voor een bezoek aan de kerk met de kip en de haan in Santo Domingo de la Calzada, worden in het pelgrimsbureau geen compostela’s meer in prachtig handschrift uitgeschreven, kun je het beeld van Santiago achter in de kathedraal niet meer aanraken, wordt Foncebadón weer bewoond en neemt het aantal reclameborden langs de route snel toe. En de massa pelgrims trekt ook personen aan met wat minder vrome bedoelingen.

Caminotoeristen nabij Ligonde

Caminotoeristen nabij Ligonde

Ook steeds meer reisorganisaties bieden comfortabele Santiagoreizen aan met een klein vleugje Camino, door een of meer korte wandel- of fietsetappes in de reis op te nemen. Caminotoeristen met witte benen en kleine rugzakjes mengen zich tussen de ‘echte’ pelgrims die vele honderden kilometers hebben gelopen of gefietst. Hoe dichter u bij Santiago komt, hoe meer caminotoeristen u ziet. Als u voor de eerste keer gaat dan valt dat niet zo op. Maar voor degenen die al een keer (of meerdere) zijn geweest, zijn de veranderingen goed merkbaar. Deze ontwikkeling zal zich alleen maar voortzetten en geven voeding aan het idee dat de Camino aan zijn eigen succes ten onder zal gaan.

Lopende pelgrims kunnen het de fietser lastig maken.

Drukte op de Camino.

De toenemende drukte merkt u pas echt op het laatste deel van de Camino. Ruim veertig procent van de pelgrims vertrekt in of ná León. Vanaf Sarria kan de drukte enorm zijn omdat starten in deze plaats, 114 km van Santiago, voor wandelaars nog net recht geeft op een Compostola. In statistieken wordt gemeld dat meer dan 20% van de pelgrims in Sarria begint. Na Sarria is het druk op de Camino, althans op het gedeelte waar wandel- en fietsroute gelijk zijn. Op stukken waar de fietsroute afwijkt van de wandelroute is het rustig.

Overigens is niet iedereen het er mee eens dat het fantastisch is de Camino te lopen (of te fietsen). Er zijn argumenten bedacht waarom je deze route juist niet zou moeten nemen, althans niet te voet. Uiteraard zijn de argumenten overdreven en soms wat gezocht, maar er zit vaak ook wat in. Zeker in augustus is vooral het laatste deel van de Camino erg druk. Ik heb Nederlandse pensionado’s gesproken. Ze hadden de laatste 100 km van de Camino gelopen, want dan krijg je al een Compostola; het criterium voor fietsers is: de laatste 200 km fietsen.
Als deze categorie pelgrims de overhand gaat krijgen dan wordt het snel minder leuk. Dus degenen die op zoek zijn naar een echt outdoor fietsavontuur kunnen beter de mountainbike nemen en de Camino del Norte rijden. Of door bijv. Mongolië gaan fietsen.

Presteren

De wielrenner gaat voor de prestatie.

Er zijn ook fietsers die voor de prestatie gaan. Om geld in te zamelen voor een goed doel, om zichzelf te bewijzen of gewoon voor de kick. Vooral in Spanje zult u veel Spaanse mountainbikers treffen die de tocht zien als een mooie uitdaging met uitstekende faciliteiten. Er zijn ook Nederlandse mountainbikers die zich laten vergezellen door een camper met hun bagage, reserveonderdelen, eten en drinken, etc. En er zijn fietsers van het type ‘wielrenner’. Leden van een wielerclub die de tocht met enkele personen of soms als grote groep op hun racefiets ondernemen. De teksten op deze site zijn voor deze doelgroep minder interessant.

naar boven