Risico’s

Het belangrijkste risico dat u loopt is onderweg ziek worden. Denk hier niet te licht over. U kunt een eenvoudig ‘griepje’ oplopen maar ook een ernstiger aandoening. Echte griep, knieproblemen, ontstekingen aan uw zitvlak, voedselvergiftiging, verkouden worden, etc. In een enkel geval een serieuze ziekenhuisopname, in een uitzonderlijk geval met fatale afloop.
Maar u kunt er veel aan doen om dit risico te beperken. Vertrek in goede conditie en vermijd overbelasting. Verzorg ook uw lichaam goed, met name uw zitvlak en uw liezen. U zit dagelijks een uur of zes op de fiets en zeker als het warm is kunnen er schuurplekken op de (vochtige) huid ontstaan. Een simpele voorzorgsmaatregel is het dagelijks gebruik van vette (uier)zalf of uiercrème. Smeer ook zonnebrand ook al lijkt de zon niet fel te schijnen. En een staafje lippencrème gebruiken kan ook problemen voorkomen.

Een voedselvergitiging kan erg hinderlijk zijn

Een voedselvergiftiging kan erg hinderlijk zijn

Ondanks alle maatregelen kan het u toch overkomen onderweg te ziek te worden om verder te fietsen, bijvoorbeeld door buikgriep of een (lichte) voedselvergiftiging. Als bijna alle energie uit uw lichaam is weggevloeid en er weinig hoop is op snel herstel rest maar een keus: stoppen. Lees hier een verslag van een Vlaamse pelgrim die dit is overkomen.

Sommigen vragen zich af of een medische (sport)keuring vooraf nuttig is. Zo’n keuring kan zin hebben maar alleen als er een serieuze aanleiding bestaat én indien u bereid bent het advies van de arts op te volgen. In geval zijn advies is: ‘niet gaan’. Normaal gesproken kan iedereen met een doorsnee conditie de tocht aan. U hoeft geen sportmens te zijn. Maar serieus trainen is wél noodzakelijk. Maak tenminste 10 à 15 fietstochten van rond de 100 km.
Ook het gebruik van medicijnen hoeft geen enkele belemmering te geven. Zelfs een overwonnen ziekte (hartaanval, kanker, om wat praktijkgevallen te noemen) is lang niet altijd een ‘no go’. Raadpleeg in zulk geval eventueel een huisarts of een andere deskundige voor een goed advies. Maar alleen als u van plan bent ’t ook op te volgen. Anders heeft ’t weinig zin.

Andere risico´s staan hieronder met enkele risicobeperkende maatregelen.

a. Verdwalen.
Waar zijn we?

Waar zijn we?

Even van de route raken en de route weer opzoeken is normaal. Maar verdwalen, ik bedoel: niet weten waar u bent, kan een echt probleem zijn. De meest eenvoudige risicobeperkende maatregel is navigatie-apparatuur meenemen. Of gebruik te maken van een navigatie-app op uw telefoon. In’t geval u geen apparatuur meeneemt of als de techniek u in de steek laat is een kompas handig in het geval de zon niet zichtbaar is. Aangevuld met wat richtinggevoel en een toefje geluk komt u er meestal wel uit. Vragen aan een lokale bewoner waar u bent uiteraard ook. Mits u in de bewoonde wereld bent. Let wel: op het Franse en Spaanse platteland spreekt men (meestal) uitsluitend de moedertaal. Uw gesprekspartner een kaart uit het routeboekje laten zien helpt vaak ook niet. Hij/zij heeft meestal geen leesbril bij de hand….
Een andere maatregel kan zijn dat u frequent checkt of u ‘nog goed zit’. Maar dit gaat ten koste van de beleving van de tocht. U zit met uw hoofd veel meer bij het routeboekje en de weg in plaats van bij de omgeving: mensen, natuur, cultuur.

b. Hongerklop.

Indien u onvoldoende hebt gegeten, met name voorafgaand aan een forse klim, dan kunt u overvallen worden door de ‘man-met-de-hamer. Deze uitdrukking betekent dat u plotseling volledig uitgeput bent een geen meter meer kunt fietsen. Vermijd dit risico door onderweg regelmatig wat te eten en te drinken. En door ’s ochtends niet op nuchtere maag op de fiets te stappen. Wacht niet met eten tot u op een col bent aangekomen, want dat zou wel ‘ns kunnen betekenen dat u de col nooit fietsend bereikt.

c. Materiaalpech.

Bijna iedereen gaat ervan uit dat dit risico zeker realiteit wordt. Bijv. bandenpech. Maar dat hoeft helemaal niet. De kans dat u Santiago bereikt zonder materiaalpech is zeer wel aanwezig. Naast bandenpech zijn de belangrijkste risico’s:
– Kabelbreuk.
– Kettingbreuk.
– Gebroken spaken.
– Slag in het wiel.

Pech onderweg

Pech onderweg

Bijna al deze risico’s kunt vermijden door voorzichtig met uw fiets om te gaan en rustig te fietsen. Neem voor reparatie van uw fiets alleen het hoogst nodige mee: bandenafnemers en plakspul, extra spaken en spakensteller, rem- en schakelkabels en een kettingpons plus een stukje ketting. Een setje remblokjes plus montagegereedschap meenemen is vanzelfsprekend.
Sommigen maken zich al bij voorbaat zorgen om ‘pech onderweg’ en nemen zelfs een reservebuitenband mee. Natuurlijk is er kans op pech. De kans op pech vermindert u door met een fiets die op en top in orde is te vertrekken en door onderweg uw fiets met zorg te behandelen. De kansen op een lekke band zijn mogelijk te beperken met antilekbanden. En door grindpaden te vermijden. De Sweermanroute doet dat vrijwel altijd maar op enkele stukken kan dat praktisch gesproken niet. Soms biedt Sweerman u de keuze: asfalt of losse stenen in alle formaten. Kiest u ervoor zoveel mogelijk de wandelroute te volgen dan is het rijden van grote stukken over zandpaden met grind, keien of scherpe stenen onvermijdelijk. Met alle risico’s van dien.
Maar een lekke band is zo erg nog niet en de kans erop is kleiner dan u zou verwachten. Erger is een slag in het wiel ten gevolge van een of meer gebroken spaken of een smak met uw wiel in een kuil in de weg. Doordat uw fiets zwaar beladen is, is de kans hierop groter dan u mogelijk verwacht. En verder is er kans op het lostrillen van schroefjes, moertjes en boutjes. Een kapotte ketting kan u ook overkomen, maar de kans hierop is vrij klein mits u soepel schakelt.

d. Slecht weer.

Dit risico is alleen te beperken door te gaan fietsen als de kansen op ‘goed weer’ het grootst zijn. Bijv. in juni. Maar u moet ervan uit gaan dat u onderweg ‘slecht weer’ zult treffen. In de vorm van regen en/of een flinke tegenwind. Maar het kan ook koud zijn, bijvoorbeeld op Spaanse hoogvlakte, of op de twee Spaanse cols en in de Pyreneeën. Of het is ongenadig heet in juli of augustus. Uiteraard, er zijn voorbeelden van geluksvogels die alleen maar goed fietsweer hebben gehad. Maar de kans daarop is niet zo heel groot.

e. Vallen of een aanrijding.

Omdat uw fiets wat minder handelbaar is vanwege de kilo’s bagage en omdat er nauwelijks fietspaden zijn zodat u vaak over een gewone asfaltweg rijdt, is er kans op vallen en/of een aanrijding. Ook dit risico is alleen te vermijden door voorzichtigheid te betrachten, vooral tijdens regen en door niet met 40 km/uur of meer bergaf te fietsen.
Op sommige sites wordt gewaarschuwd voor roekeloze Franse en Spaanse chauffeurs. Die zijn er ongetwijfeld. Maar mijn ervaring (o.a op de N-120)  is dat achteropkomend vrachtverkeer fietsers met een zo groot mogelijke boog passeert. En dat een hele rij auto’s achter mij, me bergje-op niet durfde te passeren vanwege een doorgetrokken streep. En dus reed de hele sliert stapvoets. Ook stoppen Fransen en Spanjaarden voor een oranje verkeerslicht. Dat alles is in Nederland een zeldzaamheid. Kortom, het verhaal van de splinter en de balk.

Kilometers lang afdalen na Cruz de Ferro

Haal geen capriolen uit tijdens een afdaling, al is de verleiding nog zo groot om met 70 km per uur of meer naar beneden te rauschen. Eén enkel steentje kan fataal zijn. Nog afgezien van de risico’s die u loopt in bochten. Het is geen Tour de France-parcours zonder tegenliggers. Vergis u ook niet in de krachten die 20 kilo bagage kunnen veroorzaken. Met hoge snelheid op een nat wegdek hebt u die vrijwel niet onder controle. Kortom, ben continue alert op uw gezondheid. Voortijdig moeten afbreken omdat u ziek bent of bent gevallen zal een enorme teleurstelling zijn.
Ter illustratie van wat er kan gebeuren als u in een afdaling uw fiets niet meer onder controle heeft: “Plotseling, in een bocht en met een vaart van zo’n 60 kilometer, krijg ik door een hobbel en een bobbel in de weg met een zogenaamde speedwobble te maken. Mijn fiets slingert heel heftig van links naar rechts en ik besef dat er iets ongewenst gaat gebeuren. Ik kan echter niet corrigeren. Na even weg geweest te zijn (weet absoluut niet dat en hoe ik gevallen ben) ben ik weer bij de wereld en tref mezelf aan in de berm naast de weg. Een man en vrouw zijn daar en ambulance en politie worden gebeld.” (bron: Fietsverslag Annelies Vorselaars, april 2012).
Gelukkig is betrokkene er zonder al te veel kleerscheuren vanaf gekomen, maar de reis naar Santiago was wel ten einde.
Waarschijnlijk is in dit praktijkvoorbeeld sprake geweest van ‘shimmy’. Shimmy is het verschijnsel dat de fiets in een afdaling plotseling gaat zwabberen en moeilijk weer onder controle is te krijgen. Lees meer op de site 100 Cols-tocht. Indien er onderweg iets mocht gebeuren waardoor de tocht afgebroken moet worden, een telefoontje met Soetens (+31653713539) is genoeg om te regelen dat uw fiets thuiskomt. Uw eigen terugreis wordt hopelijk door anderen voor u geregeld.

f. Diefstal.

U kunt bestolen worden. In het klein maar ook in het groot. Uw fiets compleet met bagage kan opeens foetsie zijn. Het overkwam een pelgrim toen hij nog in Nederland was…
In algemeen is het ‘dreigingsniveau’ in Franse en Spaanse steden minder dan in menige Nederlandse grote stad.

Uiteraard sluit u uw fiets goed af als die ergens wordt gestald. Maar uw bagage beschermen tegen diefstal is niet altijd mogelijk. Wanneer u onderweg wat wilt bezichtigen of even in een winkel inkopen wilt doen zit uw bagage onbeheerd op uw fiets. Dat kan een ongemakkelijk gevoel geven. Maar anderzijds is het risico beperkt. Er zijn niet zoveel criminelen geïnteresseerd in gebruikte kleding en een vale slaapzak. Als deze bagage op een splinternieuwe luxe fiets zit is het risico op diefstal van bagage én fiets uiteraard groter. Gebruik daarom bij voorkeur geen nieuw rijwiel van meer dan 2.000 euro en stal uw fiets gerust even in een dorpje om er wat rond te lopen.

Voor sommige fietsers is de kans op diefstal een reden met z’n tweeën te gaan. Dan kan de een op de fietsen letten als de ander een bezienswaardigheid bezoekt of even boodschappen doet. Maar deze oplossing doet veel afbreuk aan een echte Caminobeleving. Er zijn ook pelgrims die aan een bedelaar een of twee euro geven en als tegenprestatie verwachten dat de bedelaar een tijdje als bewaker van fiets en bagage functioneert. Of het inschakelen van dergelijk personeel in de praktijk ook werkt is me niet bekend.

In de regel is er dus geen reden u zorgen te maken over diefstal. In albergues heeft iedereen zijn spullen in de buurt van zijn bed liggen. Schoenen staan voor het open raam te luchten. Niemand (nou ja, bijna niemand) die er aan denkt spullen te jatten. Wilt U er echt zeker van zijn dat er niks mis gaat, blijf dan in de buurt als u uw mobieltje ergens hebt ingeplugd om op te laden.

g. Teveel bagage.
Teveel bagage

Teveel bagage

Een veel voorkomende fout is dat er teveel bagage wordt meegenomen. Met als risico dat uw fiets te zwaar beladen is en u daarvan erg veel (of onoverkomelijke) hinder ondervindt. Zacht uitgedrukt: het is heel erg vervelend om bergop grote afstanden te moeten lopen omdat u het fietsend niet kunt trekken. Onderweg naar de Somportpas ontmoette ik een fietser die al 8 km te voet had afgelegd. Een drama. Dus beperk uw bagage. Indien u niet kampeert en niet zelf kookt is 15 kilo een mooi richtgetal. Indien u wel kampeert en kookt is 23 kilo het absolute maximum. Bent u ouder dan 60 jaar: maximaal 20 kilo, maar liefst 5 kilo minder.

h. Ruzie.

Stel u gaat als duo of in een nog groter gezelschap. Meestal met bekenden maar het komt voor dat volslagen vreemden elkaar gevonden hebben op een of andere (dating)site en besloten hebben samen op reis te gaan. Prima. Maar er is een -hopelijk klein- risico op onenigheid of zelfs een ordinaire ruzie tussen de reisgenoten. De meest effectieve maatregel om ruzie te voorkomen is alleen op stap gaan. Maar dat kan juist ongezellig zijn of als te risicovol worden ervaren. Wat dan? Maak een paar afspraken en probeer onderweg de afspraken te respecteren. Op papier zetten hoeft ook weer niet, maar de plannen even goed doorspreken is een goed idee, ook de minder prettige en de minder waarschijnlijke aspecten. Het gaat daarbij om zaken zoals:

  • Wanneer is ’s ochtends het vertrek, ongeveer? Acht uur of tegen tienen?
  • Hoe luxe wordt er dagelijks geluncht? Lunchpakket of restaurantje?
  • Hoeveel tijd is er om wat te zien? En wie bepaalt wanneer en hoe lang?
  • Hoe snel wordt er gereden? En hoeveel uur per dag?
  • Wordt er altijd samen gereden of kan iemand er tijdelijk alleen op uit gaan?
    “Ik zie je straks wel weer, bij de kerk in St. Christophe!” Of is egotripperij alleen toegestaan tijdens een klim? “We wachten op de top altijd op elkaar.”
  • Wat doen ‘we’ bij ziekte van een van de reisgenoten?

U kunt dit lijstje ongetwijfeld aanvullen met de aspecten die voor u van belang zijn. Mijn betoog is niet dat u over álles afspraken moet maken, maar bespreek dit issue wel vóórdat u vertrekt. En als u en uw compagnon(s) besluiten weinig of geen afspraken te maken en alles te nemen zoals ’t komt, ook prima. Wissel in elk geval telefoonnummers uit voor ’t geval de een de ander(en) kwijt is.
In De Jacobsstaf nr 97 wordt dit thema op pagina 16 aan de hand van reacties van leden behandeld. De kwestie heet ‘Een gebroken vriendschap’. Dramatische aanleiding voor dit artikel is een brief die de redactie van De Jacobsstaf in 2012 ontving. Een lid van het Genootschap schreef dat zijn vriendschap met boezemvriend tijdens de tocht eindigde in een definitieve breuk. En er zijn meer voorbeelden. En eensluidend advies hoe dit te voorkomen is er niet. Er zijn uiteraard voorbeelden dat het goed gaat tussen de compagnons. Maar besef dat het ook mis kan lopen.

i. Wilde honden.

Foncebadón, geen wilde hond te zien

Verhalen over (wilde) honden die u onderweg aanvallen zijn wat overdreven. Misschien was het vroeger zo maar nu niet meer. Wel kunt u een keffertje achter u aan krijgen als u door een landelijk gebied fietst. Maar dat is niet veel anders dan op het Nederlandse platteland. Wilt u geen enkel risico lopen, neem dan een hondenfluitje mee. Een gewoon fluitje kan handig zijn om (uw compagnon) een fluitsignaal te geven als de afstand te groot is om te roepen.

naar boven

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.