Eten en drinken

Stokbroden achterop. Voorop mijn mascotte

De dag begint met een goed ontbijt. In een hotel of chambre d’hôte is dat uiteraard geregeld. Wel een Frans ontbijtje, dus stelt u er zich niet teveel van voor. Geldt ook voor Spanje. Het is dus verstandig vrij snel na vertrek ergens een café binnen te stappen en een of twee koffie te nemen plus een paar croissants of ander spul dat op de toog staat. Koop dan meteen wat voor onderweg en u kunt op stap. Een goed ontbijt lijkt logisch tot u merkt dat u ’s ochtends geen hap door uw keel krijgt. U wilt eten maar u kunt het nauwelijks. Alles stokt. Niet dat dit iedereen gebeurt, maar het kan voorkomen. Doorzetten en toch wat naar binnen proppen is de enige oplossing.

Italiaanse pelgrims zetten een potje espresso

Los van de appels, bananen en koeken onderweg is het tussen twaalf en twee tijd voor de lunch. Dat kan door ergens langs de weg te picknicken: stokbrood met kaas of droge worst. Sommigen nemen voor deze gelegenheid een kleine brander mee en zetten een potje koffie. U kunt ook lunchen in een Franse brasserie. Een frisse salade is altijd lekker. ’s Avonds een eenvoudig avondeten (vanaf half acht) op een Frans terras is niet te versmaden. Drink overdag niet of nauwelijks wijn of bier. Soms zondigen is toegestaan….

Een ración morcilla de Burgos (Spaanse bloedworst)

In Spanje is de lunch ook prima. Ook daar zijn prima salades te krijgen. En uiteraard tapas. Heerlijke kleine gerechtjes, warm of koud. Zo rond half vijf heeft u de meeste keuze. Vaak is het de bedoeling dat u er zelf een paar pakt. Bewaar de stokjes. Dan weet de ober wat u genomen heeft. Handig bij het afrekenen. Bestelt u een ración dan krijgt u een grotere portie. Erg lekker is echte spaanse ham (de allerlekkerste heet: jamón ibérico bellota). De liefhebbers kunnen in Burgos (en omgeving) genieten van een ración morcilla de burgos. Of u neemt een bocadillo. Een stuk stokbrood met een of ander beleg erop. Ei (tortilla), kaas (queso), ham (jamón) of tonijn (tuna). Realiseert u zich wel dat net als in Italië het middagmaal (pranzo in Italië en comida in Spanje) veruit de belangrijkste maaltijd van de dag is. Het ontbijt stelt niks voor (koffie met zoete koek) en het cena is een late lichte avondmaaltijd. Met tussen het comida en het cena nog tijd voor een paar tapas. Daarom duurt een echte Spaanse ‘lunch’ ook lang. Anderhalf tot twee uur is heel normaal. Dat betekent niet dat u zich hieraan geheel moet aanpassen, maar enige kennis over de eetcultuur is wel handig om te begrijpen wat u meemaakt en om onaangename verrassingen te voorkomen.

Menu del Dia voor 9 euro!

Voor het avondeten (cena) gelden in Spanje Spaanse regels. Voor 9 uur ’s avonds zijn alle restaurants dicht. Men begint gewoonlijk pas om half tien. Om tien uur, half elf met de hele familie binnenkomen is de normaalste zaak van de wereld. Gelukkig geldt voor pelgrims een uitzondering: vanaf 7 of 8 uur ’s avonds is een aantal restaurants open voor pelgrims die het ‘menú del dia’ (ook wel menú del peregrino genoemd) wensen. Een prima keuze. Zeker aan te raden. Voor max. € 12 euro een drie gangen diner met een fles huiswijn. Het serveren van de maaltijd gebeurt veelal in een aparte ruimte, de ‘comedor’, afgeleid van het woord ‘comer’ dat ‘eten’ betekent. Gezien de soms te hoge verwachtingen van een pelgrimsmenu (in sommige reisverslagen is kritiek te lezen) een korte introductie. Normaliter is het in de meeste Spaanse restaurants verkrijgbaar tussen 13:00 en 15:00 en tussen 19:00 (soms 20:00) en 21:00 uur. Men heeft drie gangen: voorgerecht, hoofdgerecht en toetje. Met een fles (3/4 liter) eenvoudige huiswijn. Die is voor twee personen bedoeld. Bent u alleen, drink dan dus niet de hele fles op. En water. Gewoon kraanwater, geen Perrier. Het toetje is een klein bolletje ijs, een cupje yoghurt of een eenvoudig crème brûlée-achtig puddinkje, flan geheten.

Merluza (Heek)

Het voorgerecht is een eenvoudige salade of een stukje paté met wat hompen brood. Het hoofdgerecht is uiteraard ook eenvoudig: kip met friet (patat), vis met friet of gekookte aardappels. Soms rijst. Groenten zitten er meestal niet of nauwelijks bij. Dat is algemeen in Spanje (en Italië). In een gunstig geval krijgt u een varkenslapje als hoofdgerecht. Als u vis krijgt is er kans op heek (merluza). Dit is een goedkope rondvis van een meter (of meer) lang. U krijgt een moot. Wat vrijwel nooit bij een pelgrimsmenu zit is koffie na en/of een kaasplankje.

Voor als U een keer geen pelgrimsmenu wilt.

Als u wilt kunnen kiezen uit een groter en luxer aanbod, dan wijkt u uit naar de gewone openingstijden van een restaurant. Na negen uur ’s avonds zijn ze open. Indien u overnacht in een alberge dan is het wel opschieten geblazen. Om tien uur moet u (veelal) binnen zijn. Vanwege de vereiste haast kunt u een paëlla nemen, maar dat is in de binnenlanden van Spanje een wat minder voor de hand liggende keuze. Eén enkele onfrisse mossel kan u een (lichte) voedselvergiftiging opleveren en dat is -zo weet ik uit ervaring- niet leuk. Neem een paëlla als u aan zee (bijv. in San Sebastian) bent.

Een kop lekkere caldo verde

In Galicië aangekomen, bijvoorbeeld in O’Cebreiro, kunt u genieten van een kop of bord caldo verde, vrij vertaald: ‘groen en warm’. Dit is een voedzame soep gemaakt van (o.a.) aardappels, uien, koolbladeren en een klein beetje vlees of worst. Het is de nationale soep van Portugal. ’t Smaakt prima na een lange klim. De koolplanten (couve galego) lijken op boerenkool maar ze hebben vrij gladde bladeren. U ziet ze veelvuldig op het platteland van Galicië. Daarom heet deze soep in Galicië ook wel ‘caldo Galego.’

naar boven

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s