Cultuur en muziek

Tijdens de fietstocht naar Santiago de Compostela zijn veel culturele bezienswaardigheden te zien.  Er is onderweg zoveel te zien dat u een keuze moet maken. Daarbij is mijn aanname dat u mooie/bijzondere ‘dingen’ wilt zien en niet met oogkleppen op de kortste weg naar Santiago neemt. Verderop in deze tekst staat wat te lezen over een ander cultureel element: muziek. De tekst sluit af met informatie over uitstapjes naar Fisterra en Lugo.

Zichtbare cultuur

Begin met gewoon goed rond te kijken tijdens het fietsen. U loopt dan wel het risico een afslag uit het boekje te missen, maar als u te geconcentreerd bent op de route in het boekje dan mist u de schoonheid van de omgeving. Dus beter een keer omdraaien omdat u verkeerd zit dan alleen maar aandacht te hebben voor de weg en de routebeschrijving. Wat u aan bezienswaardigheden wilt zien hangt ook af van de tijd die u beschikbaar hebt en van de vraag of u een klein omweggetje wilt maken. Niet alle interessante zaken liggen vlak aan de route.

Vézelay, kathedraal Madeleine

Allereerst zijn er natuurlijk de grote(re) plaatsen langs de route. In Frankrijk bijv. Chartres, Tours en Poitiers. Of Troyes, Vézelay en Cahors als u de oostelijke route neemt. In België Mechelen en Aalst (westelijke route). Stuk voor stuk plaatsen om even de tijd te nemen voor een kleine sightseeing. Of voor een extra dag om even te rusten en de stad goed te bekijken. Neem bijvoorbeeld een dag extra in Chartres. U bent dan al even op weg, er zijn goede overnachtingsmogelijkheden op de camping of in hotel Jehan de Beauce, direct in het centrum, vlakbij het station. Op de westelijke route ligt Aubeterre-sur-Dronne met de fantastische monolitische kerk van St. Jean. Maar ook Châtellerault met de kerk St. Jacques en een beeld van St. Jacob. En het pittoreske Nanteuil-en-Vallée, met de fontaine St. Jean voor de gîte waar u kunt overnachten.

Oorlogskerkhof bij Romagne

Oorlogskerkhof bij Romagne

De oostelijke route voert door de Ardennen (hoogste col op ruim 500 meter) en het WO-1 slagveld in noord-oost Frankrijk. Sla in Romagne-sous-Montfaucon linksaf en bezoek het Amerikaanse oorlogskerkhof. Niet meteen een bewijs van cultuur, maar het is toch de moeite meer dan waard om er heen te gaan. Het omvat ruim 14.000 graven en is daarmee groter dan het oorlogskerkhof bij Omaha-beach in Normandië. Het ligt een paar honderd meter ten oosten van de route. Rechts van de route ligt een klein Duits oorlogskerkhof uit WO-1.
In midden-Frankrijk zijn vele pittoreske dorpjes en lommerrijke achteraf weggetjes, bijv. bij de Etang de Piquette. Behalve het toeristische Rocamadour en Turenne, kunt u onderweg ‘middeleeuwse’ dorpjes zoals Martel bezoeken. In Spanje (voordat in Puente la Reina de routes samenkomen) kunt U Santa Cruz de la Serós en het oude Caminodorpje Monreal verkennen. En neem de omweg naar het Monasterio San Juan de la Peña. (even rekening houden met de openingstijden.) Oloron-Sainte-Marie lijkt gezien de ligging een mooie halteplaats, maar dat valt tegen. Er is geen Caminosfeer zoals in Saint Jean-Pied-de-Port en het ligt net wat te ver van de col du Somport. Als u in één keer van Oloron naar de Somportpas fietst, dan is er de kans dat u pas aan het einde van de middag op de col bent. En dat is aan de late kant. Daar is wel een albergue en eventueel kunt u overnachten in Canfranc (Estación), maar het is verstandiger de Somport over te steken vanuit een plaatsje dichter bij de col (Accous, Etsaut of Urdos) en te overnachten in (het mooie) Jaca. Ook in de zomer kan het op deze col koud, nat of mistig zijn en als dat het geval is, is het passeren van de col rond het middaguur te prefereren.

Nájera, Monasterio Santa Maria la Real

In Spanje zijn er natuurlijk de steden Burgos en León. Beide met prachtige kathedralen en pleinen. En verder zijn er natuurlijk veel monasterios in Spanje. Oude kloosters, soms nog als klooster in gebruik. Soms een leegstaand monument, soms verbouwd tot hotel. Aan te raden zijn: Monasterio Santa María la Real in Nájera, Monasterio Yuso in San Millán de Cogolla, Monasterio San Miguel de Escalada in de buurt van Mansilla de las Mulas, Monasterio San Zoilo in Carrión de los Condes en het Monasterio de Samos. Het oude klooster San Juan de la Peña, de kloosters in Leyre en Cañas, de romaanse kerk in Frómista. En dan vergeet ik er nog een hoop. Kijk op deze site voor meer ideeën.
En verder in Spanje: de gratis wijntap in Irache, de wijnen van de rioja, bijv. de bodega Navajas in Navarette, de brug in Puente la Reina, de kerk met de haan en de kip in Santo Domingo de la Calzada, het bijna verlaten Foncebadón, de ‘tempeliersnederzetting’ in Manjarín, het pelgrimsbeeld op de Alto San Roque en de zilveren schrijn met de beenderen van San Xacobeo, la Tumba de Santiago el Mayor in de kathedraal van Santiago, waar het allemaal mee begonnen is.
Degenen die bovengemiddeld geïnteresseerd zijn in geschiedenis en cultuur van El Camino kunnen in Camino de Santiago te voet veel informatie vinden. Deze Engelstalige tekst met veel foto’s, afkomstig van de site http://www.galiciaguide.com, beschrijft de wandelroute Camino Francés. Met veel aandacht voor wat er onderweg te zien is en de historische achtergronden ervan. Al dan niet wetenschappelijk verantwoord.
Dit alles uiteraard in het besef dat u zich een beetje voor de gek laat houden. Niet alles, of beter: het overgrote deel van wat U ziet is niet authentiek. Heel veel is gerestaureerd. Zo is bijvoorbeeld de brug over de rio Ega in Estella een replica van een middeleeuwse brug. Gebouwd in 1971…. Maar desondanks, u kunt heel veel, heel mooie en vooral heel indrukwekkende dingen zien. Neem er de tijd voor en bereid u goed voor.

Monasterio San Juan de Ortega.

Die voorbereiding is noodzakelijk om twee redenen. (1) Het bewust kiezen van bezienswaardigheden die u zonder voorbereiding gemist zou hebben omdat ze een stukje van de route liggen. En (2) omdat u voor een bezichtiging rekening moet houden met openingstijden. Vooral maandagen zijn berucht en in Spanje is men tijdens de siësta vaak gesloten. Dat geldt uiteraard niet voor dorpjes/steden die u wilt bezichtigen. Hieronder een paar suggesties voor locaties die niet direct aan de route (in Spanje) liggen zijn:

  • Monasterio de Leyre in de buurt van Yesa.
  • Monreal, dorpje een stukje voor Pamplona.
  • Kerkje in Eunate bij Puente la Reina.
  • Monasterio en wijntap in Irache direct na Estella.
  • Monasterio van Cañas in de buurt van Nájera.
  • Hontanas, dorpje in de buurt van San Anton.
  • Monasterio in San Juan de Ortega ‘n stukje voor Burgos.
  • Cartuja de Miraflores direct vóór Burgos.
  • Castrillo de los polvazares, beschermd dorpje iets na Astorga.

Alto del Perdón

Indien u de route volgt uit Sweermanboekje 3, dan mist u helaas het ijzeren monument op de Alto del Perdón. Dit monument stelt een groep pelgrims voor die met paarden, ezels en honden op weg zijn. Mocht u dit monument willen zien, neem dan een andere route van Pamplona naar Puente la Reina. Let wel, het monument staat op een Alto, een hoogte waar het altijd waait. U zult er een flinke dobber aan hebben.
Wat u ook niet moet missen zijn de contacten met medepelgrims. Als u alleen gaat, ontstaan die ‘vanzelf’. Als u in gezelschap reist wat minder. Vrijwel zeker ontmoet u andere Nederlanders of Vlamingen op weg naar Santiago. Mooi, want geen taalproblemen. Maar ook contacten met pelgrims uit andere landen zijn zeer waardevol.
Reken er wel op dat sommige locaties aan de Camino steeds vaker stijf staan van de toeristen. Denk bijv. aan het zuid-Limburgse Valkenburg in de zomer. Met enige pech is bij het Cruz de Ferro net een bus toeristen gelost. Ook O’Cebreiro kan vergeven zijn van de toeristen. Maar ook andere plaatsen kunnen toeristen uw beeld verstoren.

O'Cebreiro zonder toeristen is mooi om te zien.

O’Cebreiro zonder toeristen is mooi om te zien.

Speciale aandacht

U kunt overwegen tijdens de Camino aan één issue speciale aandacht te geven door er over te schrijven en/of door er foto’s van te maken. Voorbeelden zijn: fotografeer alle bruggen over de vele rivieren die U passeert, of maak foto’s van bijzondere deuren of ramen. Maar u kunt ook foto’s van beelden van Santiago verzamelen. Er zijn talloze beelden gemaakt. Daarnaast soms schilderingen en glas-in-lood werken. Santiago wordt in verschillende hoedanigheden afgebeeld:

  • als evangelist.
  • als martelaar.
  • als pelgrim.
  • als heilige.
  • als Santiago Matamoros.

Hieronder een collage van slechts enkele afbeeldingen.

Collage van beelden van Santiago, Saint Jacques.

Ook ziet u beelden van een andere figuur die veel lijkt op Santiago. In de zin dat ook hij -vaak- met een schelp op de kleding wordt afgebeeld. Maar er zijn twee belangrijke verschillen: hij heeft een hond bij zich en er is een verwonding (pestbuil) aan zijn -meestal linker- been. Het is de Franse heilige Saint Roch de Montpellier, (San Roque, San Rocco of Sint Rochus) naar wie de kleine hoogvlakte na O’Cebreiro is vernoemd: de Alto de San Roque. Hieronder enkele beelden. Hij leefde in de 14e eeuw, is een van de pestheiligen en patroon van tal van beroepen.

Collage van San Roque, Saint Roch.

Monasterio’s

Een ander onderwerp dat mogelijk uw aandacht trekt zijn de vele monasterio’s (abdijen, kloosters) onderweg. Soms in gerestaureerde ‘originele’ staat, soms een ruïne. De meeste zijn gebouwd in de periode 900-1200, tijdens de hoogtijdagen van de Camino. Veel kloosters stonden onder supervisie van de Abt van Cluny.

Kloosters van Cluny rond het jaar 1.000

De Abdij van Cluny (midden Frankrijk, nu staat nog 10% overeind) is gesticht in 910. Rond de jaren 1.000/1.100 had Cluny de supervisie over bijna 1.000 kloosters en 100.000 monniken in grote delen van Europa. Vrijwel alle kloosters langs de Camino in Spanje werden bestuurd vanuit Cluny. Niet dat Cluny zoveel kloosters stichtte, maar bestaande kloosters onderwierpen zich aan de supervisie van Cluny. Centraal Europees gezag is dus niks nieuws. Brussel heette vroeger Cluny. De monniken van Cluny volgden oorspronkelijk de regel van Sint Benedictus (van Nursia) die rond 500 een klooster had gesticht in Monte Cassino (midden Italië).

Europa rond het jaar 1.000

Deze regel schreef o.a. een sober leven voor. In de loop van de jaren dreef men hiervan af. Het kloosterleven werden steeds luxer. En bijgevolg ook de gebouwen. Vandaar dat er zoveel rijk versierde kloosters waren, waarvan er nu dus nog een paar hun oude glorie kunnen tonen. Met deze ontwikkeling was niet iedereen het eens en rond 1100 ontstond de orde der Cisterciënzers, die teruggreep op de oude regels van Benedictus. Deze tegenstelling is o.a. beschreven in het boek ‘de naam van de roos’ van Eco.
Op de kaart van Spanje is grens Christendom en Islam goed te zien. Het donkerblauwe koninkrijk Pamplona-Nájera plus Catalunya is katholiek. Alle koninkrijkjes ten zuiden ervan vallen onder het islamitisch Kalifaat van Córdoba. De reconquista was in volle gang. Het Koninkrijk Pamplona-Nájera viel in 1035 uiteen. Uiteindelijk kreeg het koninkrijk van Castilië de overhand in dit (blauwe) gebied. Ten koste van Pamplona-Nájera (Navarra), Aragón en León. U kunt de graven van de koningen van Pamplona-Nájera bezoeken in het Monasterio van Nájera. Bijvoorbeeld Bermudo III, tussen 1018 en 1037 koning van León. Rond 1500 beheerste Castilië grote delen van Spanje, waarna door het huwelijk van de Habsburger Philips de Schone en Johanna van Castilië het Habsburgse vorstenhuis in geheel Spanje en Portugal en andere delen van Europa en de wereld aan de macht kwam. Met Karel V, in Spanje Carlos I genoemd, zoon van Philips en Johanna als keizer. Interessant om onderweg te overpeinzen: rond het jaar 1500 vielen het land waar u doorheen fietst (Castilla y León) en het land waar veel pelgrims vandaan komen (de Bourgondische Nederlanden) onder een en dezelfde koning. Van elkaar gescheiden door Frankrijk.

De stad Santiago de Compostela

De Nacionalidad Histórica Galicia is een autonoom gebied binnen het Spaanse Koninkrijk net zoals Catalonië en Baskenland. Het heeft een eigen regering, parlement en hoofdstad: Santiago de Compostela. En een eigen taal: het Galego. De status van Galicië is vergelijkbaar met de status van Vlaanderen binnen het Belgische Koninkrijk. De eerste belangrijke nederzettingen werden gesticht door de Kelten in de zesde eeuw voor Chr. Op dit punt lijkt het gebied op de andere Keltische gebieden aan de westrand van Europa: Bretagne, Wales, Ierland, Schotland.

Blauw-wit triskelion

Blauw-wit triskelion

De naam Galicië is verwant aan de namen Gallië en Gaelic. Het moet u dus niet verbazen dat u in Galicië doedelzakmuziek hoort (soms meer dan u lief is) en dat u dezelfde Keltische symbolen ziet als in bijv. Bretagne en Schotland: het triskelion en de kleuren blauw en wit, niet toevallig de kleuren van de broek van Obelix, de Schotse vlag en de Bretonse sweaters. Het Spaanse woord voor Kelt(isch) is Celta, wellicht bekend van de Spaanse voetbalclub Celta de Vigo.

De stad Santiago de Compostela bestaat uit twee delen. De binnenstad en alles wat daar buiten ligt. De kleine binnenstad is waar het te doen is. De rest is een gewone Spaanse stad met doorsnee gebouwen en gewone straten.

Plattegrond Santiago de Compostela

Als u de stad komt binnenrijden moet u door deze oninteressante buitenwijken heen. Volgt u boekje 3 dan komt u de stad binnen via de AC-261, de Rúa de Sadino. Volgt u de route langs het vliegveld (N634a) dan is de kans groot dat u via de Rúa do San Pedro komt. In beide gevallen steekt u de weg (Virxe de Cerca resp. Rúa das Rodas) over die het centrum afschermt van de rest van de stad. U komt dan via de Porta do Camino in de oude stad. Te zien aan de bestrating, kronkelige straatjes, weinig auto’s en veel voetgangers. De binnenstad is een soort doolhof. Het kronkelt en doet, op en af, her en der trappen die lastig te nemen zijn met de fiets. Binnen de kortste keren bent u alle oriëntatie kwijt. Vanwege de dichte en soms vrij hoge bebouwing is de kathedraal meestal niet te zien.

In de Rúa do Vilar, vlakbij de kathedraal,  zit de VVV. Omdat Galicia een -min of meer- autonome ‘provincie’ van Spanje is zijn er twee VVV’s. Eentje van de Xunta de Galicia (Oficina de Información Turística Xunta de Galicia) op Rúa do Villar 30/32 en eentje van de Spaanse rijksoverheid Sede de Turismo de Santiago) op Rúa do Villar 63. Zo op het oog lijken ze elkaars concurrenten. Wilt u een papieren stadsplattegrond dan kunt u het beste naar het kantoor van de Xunta gaan. Het kantoor van de Sede heeft ‘m ook maar die bestrijkt een kleiner deel van de stad. De camping As Cancelas bijv. staat wel op de plattegrond van de Xunta maar niet op die van de Sede.
Uiteraard brengt u een bezoek aan de kathedraal, ingewijd in 1211. In 2011 vierde men het achtste eeuwfeest. Vroeger kon men als men de pelgrimstocht had volbracht, een ritueel doorlopen. Men ging naar het Praza do Obradoiro en trad van daaruit de kathedraal binnen. Daar raakte men de pilaar aan, midden in het oude Romaanse portaal. Vervolgens ‘botste’ men met het hoofd op een sculptuur, onder aan de pilaar en daarna keek men naar de afbeelding van St. Jacob, bovenaan de pilaar. Inmiddels kan dit niet meer. Er staat een groot hek rond de pilaar. Aanraken is er niet meer bij.

Pilaar achteraan in de kerk. Bovenaan Santiago. Een hek schermt nu de pilaar af

Echter, volgens Mireille Madou is het “met het hoofd beroeren van de monsterkoppen van het voetstuk van de zuil, helemaal verkeerd“. (Onderweg naar Santiago, pag. 164). Zij schrijft: “De middelste ingang (van de drie, via de trap aan Praza Obradoiro) is in twee gedeeld door een middenzuil van wit marmer met de afbeelding van de boom van Jesse. Het is gebruikelijk de rechterhand op de zuil (pilaar) te leggen. Op een kapiteel bovenaan de zuil troont Sint Jakob. Men moet naar hem opkijken om hem te groeten en te danken.” Met je hoofd tegen de onderkant van de pilaar ‘botsen’ hoort er dus niet bij; het werd wel massaal gedaan. Hoe het ook zij, het kan niet meer. Een virtueel bezoek aan deze kerk vindt U hier.

Kathedraal Santiago de Compostela

Verder is er natuurlijk de dagelijkse pelgrimsmis. Deze begint om 12 uur en is meestal afgeladen vol. Maar gelukkig is er voor -nieuw aangekomen- pelgrims een gereserveerde ruimte. Vooraan in het middenschip van de kerk. Afhankelijk van de omstandigheden (onduidelijk welke, maar het zal wel met de katholieke koopmansaard te maken hebben) wordt de mis beëindigd met de ceremonie van het wierookvat. Dit wierookvat, 1,75 m hoog, hangt aan een vuistdik touw en wordt door acht touwtrekkers in beweging gebracht. Het ding zwiert van links naar rechts door de kerk. Bijna raakt het het plafond. In Nederland zou zoiets op last van de brandweer streng verboden zijn. Spektakel dus. Klik hier voor een impressie.
De reden dat er een enorm wierookvat in de kerk hangt laat zich makkelijk raden. Als u een beeld hebt gekregen van de lucht van voeten en schoenen van pelgrims in de refugio’s, uzelf incluis, dan weet u wat de geur in de kathedraal moet zijn geweest in de Middeleeuwen. Een kerk afgeladen vol bezwete, veelal ongewassen bedevaartgangers met soms stinkende wonden, moet een niet te harden lucht verspreid hebben. Met als enige remedie: wierook, heel veel wierook. Tijdens het spektakel met het wierookvat wordt de Hymne van Santiago gezongen, door een non die dat -gezien andere verhalen- altijd doet. Klik hier om deze hymne te horen.

Tussen begin mei tot half oktober zijn Nederlandse en Vlaamse pelgrims tussen 10:00 en 17:00 uur van harte welkom in de “Huiskamer van de Lage Landen” om aan het eind van hun camino even op verhaal te komen. Dit concept bestaat sinds een paar jaar maar het is elk jaar afwachten of het wordt doorgezet. Aan de belangstelling zal ’t niet liggen. De huiskamer werd bezocht door bijna 1.700 wandelaars en zo’n 650 fietsers.
Het ontvangstlokaal is gevestigd in het Pelgrimsbureau aan de rúa das Carretas, 1e etage. U wordt ontvangen door vrijwilligers. U kunt er niet overnachten of eten. Wel is informatie beschikbaar over overnachtingsmogelijkheden, de stad en de terugreis. En u kunt er uiteraard andere, net aangekomen pelgrims ontmoeten. De gastheren en gastvrouwen zijn vrijwilligers die namens de Nederlands Genootschap van Sint Jacob dit ‘Holland House’ runnen.

Pulpo a la Gallego, heerlijk!

Om te vieren dat u de tocht succesvol hebt afgerond, is een lekker etentje natuurlijk een goed idee. De meeste restaurants vindt u in de Rúa do Franco, vlak bij de kathedraal. Er is een enorme keuze uit vis- en vleesgerechten. Wilt u genieten van dé specialiteit van Galicia, probeer dan een portie pulpo a la gallego. Dit is gekookte inktvis (tentakels) in kleine stukjes gesneden en er is flink wat zeezout over gestrooid. En er zijn natuurlijk tal van tapasbars, in allerlei variaties. Probeer het een en ander en drink er een vino tinto of cerveza bij.
Ook kunt u gebruik maken van een oude traditie van het Hostal dos Reis Catolicos op het Obradoiroplein. Dit Parador biedt drie keer per dag aan pelgrims (die een compostela hebben) een gratis maaltijd om negen uur, 12 uur en zeven uur ’s avonds. U kunt niet reserveren maar u moet in de rij gaan staan, links van het hotel bij een garagedeur. De tien eerste pelgrims worden toegelaten. Voor echte Hollanders natuurlijk een buitenkansje.
In het Spaans wordt deze traditie als volgt verwoord: “Cada día, el Hotel Reyes Católicos invita a los diez primeros peregrinos que se personen en la puerta del garaje a un desayuno, comida y cena. Los horarios son a las 9 de la mañana, a las 12, y a las 19 horas, sirviéndose gratuitamente la comida respectiva, según la hora, a los diez primeros peregrinos que se personen con la Compostela en la puerta del garaje. Esta es, como he dicho, una forma de recordar y homenajear la labor de la peregrinación, y sin duda al peregrino, después de andar cientos de kilómetros, se merece un buen desayuno, comida o cena en condiciones.”

Tenslotte zijn er een paar musea in de stad en is er regelmatig handel in de overdekte markt aan de oostkant van de binnenstad. Hier vindt u allerlei winkeltjes waar u kaas of orujo de hierbas (sterke drank op kruidenbasis) kunt kopen. En er is natuurlijk een keur aan vis, vlees en groente te koop. Niet dat u daaraan behoefte hebt, maar het ziet er zeer fleurig uit. Wilt u wat zoets, neem dan een portie churros met dikke warme chocolade. Vera Janssens heeft een video op Youtube gezet die een beeld geeft van de stad, de kathedraal en de musea. Klik hier.

Tuna de Santiago, Tuna Compostelana

Indien u geluk hebt dan treedt ’s avonds op het Praza do Obradoiro de Tuna van de Universiteit van Santiago op. Een Tuna is een gezelschap muzikanten (officieel studenten, maar dat kan betwijfeld worden) dat uit de losse pols muziek maakt. Met gitaren, een paar fluiten, een trekharmonica en nog zo wat begeleiden ze zichzelf terwijl ze Spaanse (volks)liedjes zingen. De locatie (in een nis van een galerij) bevordert de klank. Niet dat het een hoogstaande performance is, maar het is wel enorm sfeervol. Klik hier voor een impressie. Indien u winkels zoekt om kleren, ondergoed of andere spullen te kopen, dan kunt u het beste naar de winkelstraten Horreo of Doctor Texeiro gaan iets ten zuidwesten van Praza de Galicia, het plein waar alle bussen stoppen. In deze straten zitten de ‘gewone’ winkels, in tegenstelling tot de binnenstad waar voornamelijk souvernirwinkels, restaurants en luxe boetiekjes zitten.

Caminomuziek

Er is verschillende Caminomuziek. Op de eerste plaats is er het Caminolied Ultreia, genoemd naar het refrein van het lied. In het Frans heet het ‘Chant des Pèlerins de Compostelle’.

Caminolied Ultreia (franse tekst)

Op Youtube vindt u (amateur)zangers/zangeressen die dit Caminolied ten gehore brengen. Klik hier voor een Franse versie van Ultreïa op tekst van J. Claude Bénazet. Dit lied is van vrij recente datum. Ultreïa (of: Ultreya) is ook een typisch Caminowoord. Het betekent zoiets als ‘voorwaarts‘. In het Spaans: Vamos más allá. Het is een groet (naast het veel meer gebruikte ‘buen Camino’) van de ene pelgrim aan de andere. Deze pelgrim antwoordt dan met ‘Et sus eia’. Spaanse vertaling: Y vamos más arriba. (En steeds weer verder). Soms aangevuld met: Deus, adjuva nos. (God, help ons). Meer 0ver deze pelgrimsgroet staat hier.

Veel ouder dan het Ultreïa-lied zijn de middeleeuwse gezangen, waarvan het lied ‘Dum pater familias’ (soms) de Latijnse versie van Ultreïa wordt genoemd. Klik hier. Beide liederen lijken totaal niet op elkaar. Of en welk verband er is? Geen idee. Meer over Middeleeuwse Caminomuziek staat hier. Er is ook een caminolied ‘Complainte du Pèlerin’. De Franse versie kunt u horen via deze site. Klik hier om de live gezongen Spaanse versie van dit lied te horen. Bent u geïnteresseerd in Caminomuziek, kijk dan op deze Canadese site , op deze Portugese site of op deze Noorse site. Van het Franse Caminolied ‘Grande chanson des pelerins’ bestaan verschillende versies, kijk ook op Youtube. De oudste dateren uit de 16e en 17e eeuw. Klik hier. Er is ook een dubbel-CD ‘Canto de Ultreia’ met oude (12e eeuw) pelgrims-liederen en liederen uit de Codex Calixtinus, uitgevoerd o.l.v. Fernando Reyes. Ook is er een Franse site met een grote verzameling van cd’s met Caminoliederen. Indien u wilt genieten van zeer toepasselijke muziek, luister dan naar de middeleeuwse liederen op de cd’s ‘Santiago a cappella’ en -vooral- ‘Pelgrimage to Santiago’ van het Monteverdi Choir o.l.v. John Eliot Gardiner, klik hier. Helaas is een cd met pelgrimsliederen gezongen door een Nederlands koor uitverkocht. Het betreft de cd uit 2004 ‘Naar Santiago, duizend jaar pelgrimsmuziek’ van het Kleinkoor Ootmarsum o.l.v. Frans Heijdemann. Op hun site kunt u wel een stukje beluisteren. Op deze franse site kunt u zien welke liederen op de cd staan. Lied 17 ‘Tous les matins nous prenons le chemin’ is het Ultreyalied. Een voorproefje van de pelgrimsmis met de Hymne van Santiago Apóstol vindt u hier; helaas zal de paus er zeer waarschijnlijk niet zijn als u er bent. Het spektakel is er niet minder om.

Pelgrimsgebed

U hoeft niet katholiek of een gelovige christen te zijn om aan de Camino te beginnen. Maar voor degenen die wel uit geloofsovertuiging gaan pelgrimeren staat hieronder het katholieke pelgrimsgebed. In het Spaans met daaronder de Nederlandse vertaling.

Oración del Peregrino

Apóstol Santiago
elegido entre los primeros
tú fuiste el primero en beber
el cáliz del Señor,|
y eres el gran protector
de los peregrinos;
haznos fuertes en la fe
y alegres en la esperenza,
en nuestro caminar
de peregrinos
siguiendo el camino
de la vida cristiana
y aliéntanos para que
finalmente,
alcancemos la gloria
de Dios Padre.
Amén.

Gebed van de pelgrim

Apostel Jacobus,
verkozen om als eerste
apostel uit de beker
van de Heer te drinken.
U bent de grote beschermheer
van alle pelgrims.
Maak ons sterk in ons geloof
en geef ons vreugdevolle hoop
op onze pelgrimstocht
over het pad van het
Christelijke leven.
Moedig ons aan om
uiteindelijk
de glorie van
Onze Vader te bereiken.
Amen.

Uitstapjes

Er zijn interessante uitstapjeszijn er  te maken vanuit Santiago. Met stip op 1 staat een bezoek aan Cabo Finisterre of op z’n Galicisch Cabo Fisterra. Maar ook een dagje Lugo is een prima idee. Beide bestemmingen zijn interessant voor fietsers die vooraf de terugreis hebben geboekt en wat te vroeg in Santiago zijn aangekomen.

Fisterra, stookplaats met schoen.

Fisterra is voor sommigen het echte eindpunt van de Camino. Op dit meest westelijke puntje van Spanje staat het Caminokilometerpaaltje 0,00. De traditie wil dat pelgrims op deze plek hun schoenen en kleren verbrandden en hun wandelstok in zee smeten. Ook nu zijn er vele ‘illegale’ brandplekken. Er is één officiële locatie waar de pelgrim zijn/haar kleren kan verbranden. Een echt stookgat. Klik hier voor een impressie. Verder is er natuurlijk de vuurtoren. En als u wat verder doorloopt, de heuvel op, dan is er een fantastisch uitzicht.
De meest gemakkelijke manier om in Fisterra te komen is met de bus. Dagelijks vertrekken er bussen vanuit het centrale bussstation in Santiago. Houd er rekening mee dat de bus (Autocares Mombus) al om negen uur vertrekt. Het busstation ligt op 20 minuten lopen uit het centrum. De reis duurt ongeveer twee uur. Als u het geluk hebt op de bovenverdieping van de bus vooraan aan het panoramaraam te kunnen zitten, plek 26/27, dan hebt u een fantastische reis. Een groot deel van de reis voert over de AC550 direct langs de kust en u kunt genieten van prachtige vergezichten. Mits het weer meewerkt. Het kan ook midden in de zomer mistig en regenachtig zijn.

Als u naar Fisterra wilt fietsen, houd er dan rekening mee dat de route behoorlijk heuvelachtig is. De heenreis duurt twee dagen.

Lugo, stadsmuur.

Lugo is een stad 100 km. ten oosten van Santiago de Compostela. De stad is gesticht door de Kelten. De belangrijkste attractie van de stad is de muur die de Romeinen hebben aangelegd: 2117 meter lang en met 71 torens versterkt. Lugo wordt wel het Ávila van noord Spanje genoemd. Verder is er uiteraard de kathedraal en wat andere bezienswaardigheden zoals het archeologisch museum. Er gaan regelmatig Alsabussen vanuit Santiago naar Lugo. De reis duurt 2:30 uur. De trip (retour: ida y vuelta) kost ruim twintig euro.

naar boven

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.