De bergen

Ibañeta, soms mistig en koud

De bergen gelden als een van de belangrijkste obstakels op de fietstocht naar Santiago de Compostela. En daarbij wordt de oversteek van de Pyreneeën veelal als de zwaarste uitdaging gezien. Dat is niet zo. Tenminste, er zijn nog twee Spaanse cols (Monte Irago/Cruz de Ferro en O’Cebreiro/Alto do Poio) die zeker niet onder doen voor een van de cols in de Pyreneeën. De Puerto de Ibañeta wordt meestal als ‘minder lastig’ gezien dan de col du Somport. Daar valt trouwens op af te dingen. Het is vanuit St. Jean-Pied-de-Port naar de Puerto de Ibañeta 24 kilometer, waarvan de eerste 6 –tot de Frans/Spaanse grens in Arneguy– het gemakkelijkst zijn. Vanaf de grens wordt het echt klimmen. Niet al te lastig, wel is de afstand lang. Het te overbruggen hoogteverschil is een kleine 900 meter. U doet er een uurtje of 4 over. Kortom, best te doen. U hebt er al twee weken training op zitten. De eerste kennismaking met heuvels (als u de westelijke route neemt) is ten westen van Parijs.

Hostal op de Col du Somport

Hostal op de Col du Somport

Daar zitten er paar pittige klimmetjes die gelukkig maar een paar kilometer lang zijn. Maar toch, het kan lastig zijn. Zeker als het weer niet mee werkt. De klim naar de Col du Somport is iets langer, gerekend vanaf Accous. Maar de werkelijke klim begint pas ter hoogte van Urdos. Ongeveer 4,5 km na Urdos verlaat u de N-134 en vervolgens rijdt u 8,5 km door een mooi natuurgebied langzaam over een rustige weg naar de col op 1632 meter.
Onderstaande grafieken zijn gebaseerd op gegevens van de site www.climbbybike.com. U ziet nergens een stijging van 10% of meer. Dat betekent niet dat er geen enkel hellinkje van 10% in de klim zit. Het betekent wel dat er geen lange 10%-hellingen zijn.

Soms is de helling te steil....

Soms is de helling te steil….

U treft op weg naar vrijwel alle cols een paar echt steile stukken, bijv. net na Foncebadón, maar die zijn maar 100 of 200 meter lang. Maar ook elders in de route zitten soms korte, heftige 10%-klimmetjes. Bijv. net voor Miradoux (Fr), Etxauri (Sp) en Sotés (Sp).
Een van de steilste hellinkjes is die naar de stadspoort van Astorga. Sweerman adviseert in boekje 3 een stukje te lopen. Naar het schijnt is de helling (100 meter) 22%. Mogelijk iets te steil ingeschat, want het is te doen weet ik uit ervaring.

In sommige reisverslagen worden dit soort hoge percentages genoemd. Dat kan kloppen in de zin dat op een bepaald moment de hoogtemeter van Uw fietscomputer hogere stijgingspercentages toont. Maar nooit voor lang, hooguit een paar meter, bijv. als u onverhoopt de binnenbocht van een haarspeldbocht neemt. Wilt u in Nederland een stijgingspercentage van 15% of meer ervaren dan moet u naar de beruchte Keutenberg bij Schin op Geul. Deze heuvel heeft een stuk waar -gerekend over 100 meter- de stijging 17% is. Het stijgingspercentage is overigens een andere grootheid dan de hellingshoek. Lees hier meer.
De percentages in de grafiek hieronder zijn het gemiddelde over telkens 1.000 meter.

De klim naar de twee cols in de Pyreneeën

De klim naar de twee cols in de Pyreneeën

Stevige klim naar de Ibañeta

Staar u niet teveel blind op deze kale cijfers en koop geen dure fietscomputer met toeters en bellen die van alles meten. Hoe u een klimmetje feitelijk ervaart hangt van veel meer factoren af dan alleen het stijgingspercentage. Het weer (de temperatuur, wel of geen regen, wind tegen) en uw vorm-van-de-dag (wel of geen goede benen) spelen een minstens zo belangrijke rol. En vrijwel zeker wordt uw klimervaring grotendeels tussen uw oren bepaald. Klimmen is naast een lichamelijk proces vooral ook een mentale ervaring die sommige fietsers er zelfs toe brengt Clemens Sweerman als schuldige van hun (tijdelijke) ellende aan te wijzen. Maar enkel bij slecht weer heeft u reden om (een beetje) te klagen.

Voor alle forse klimmetjes gelden een paar basisregels. Als u die in de gaten houdt, dan ervaart u geen problemen, uitzonderingen daar gelaten.

    1. Zorg dat uw tandwielen in de juiste stand staan; het verzet moet goed zijn. Tijdens een forse klim schakelen is (bijna) niet mogelijk. Het inschatten van de juiste versnelling leert u onderweg in de dagelijkse praktijk.
    2. Vermijd dat u moet wisselen van voorblad om naar een lagere versnelling te schakelen. Schakelen op het achtertandwiel gaat tijdens een klim -als het niet te steil is- nog enigszins, schakelen op het voorblad kan alleen als de weg -redelijk- vlak is of daalt.
    3. Benut de hele weg (mits het andere verkeer het toestaat). Neem een bocht dus altijd zo ruim mogelijk. Ook de bochten naar rechts.
    4. Forceer niets. Liever een lage versnelling dan op kracht stoer de grote plaat draaien. Blijf ook zo lang mogelijk op uw zadel zitten. Staand klimmen ziet er stoer uit maar kost enorm veel energie. Niet doen dus, behalve eventueel een kort stukje als u het zittend echt niet meer redt.
    5. Houd uw eigen tempo aan. Wat anderen doen -ook uw compagnon(s)- moeten zij weten. Bent u altijd als laatste boven, maak er geen punt van. Laat u zeker niet verleiden de volgende keer te laten zien dat u wel degelijk een klimgeit bent.
    6. Probeer in een bepaald ritme, cadans te komen. Om uzelf niet ‘op te blazen’ kunt u een ritme bepalen via een-twee-drie-vier cadans op elke trapbeweging. Dit principe wordt ook bij lopers in een herstelfase tijdens de training en in wedstrijden gebruikt.
    7. Moet u afstappen tijdens een klim, loop dan een stukje naar waar het minder steil is. Meteen opnieuw opstappen zal niet lukken.
    8. Zorg dat u genoeg energie hebt. Eet (bijv. bananen) voorafgaand aan een klim, zodat u tijdens de klim de man-met-de-hamer niet tegen komt. Ook is het verstandig tijdens een lange klim regelmatig te stoppen om te wat eten en te drinken.
    9. Als u gewend bent uw fietsschoenen aan de trappers vast te klikken, dan kunt u overwegen dat nu ook te doen. Indien u geen clipplaatjes onder uw fietsschoenen gewend bent, doet u het dan nu ook niet. Levensgevaarlijk. De verhalen dat u dan beter bergop kunt fietsen (want uw voeten duwen en trekken de trappers) zijn alleen van toepassing als u de Tour-de-France reuzen wilt beklimmen. En dergelijke bergen treft u gelukkig niet op weg naar Santiago.
    10. Goede kettingpons

      Een kettingbreuk is doorgaans het gevolg van lomp schakelen. Bijvoorbeeld bergop met uw volle gewicht op de pedalen gaan staan en dan schakelen. Zorg er ook voor dat uw ketting niet (lang) teveel ‘uit het lood’ (cross) ligt.Dat wil zeggen: van het grootste voorblad naar het grootste achtertandwiel, of van kleinste voorblad naar kleinste achtertandwiel. Lomp schakelen kan er ook toe leiden dat u een van uw voorbladen krom trekt . Schakel daarom nooit tijdens een klim terwijl u vol op de pedalen staat. Liever even omkeren, in de afdaling snel schakelen, weer keren en met de juiste versnelling opnieuw klimmen. Het is sowieso onhandig als de ketting ‘cross’ ligt. Het beperkt de schakelopties op het achtertandwiel. Gebruik daarom onder normale omstandigheden het middelste tandwiel van het voorblad.

In de Sweermanboekjes staan regelmatig stijgingspercentages aangegeven. Deze kunt u als volgt interpreteren:

  • tot 4% stijging is gemakkelijk, ook gedurende veel kilometers.
  • tussen 4% en 6% begint het pittiger te worden, maar zeker niet onoverkomelijk.
  • tussen 6% en 8% kan de stijging als “vrij zwaar” worden ervaren.
  • tussen 8% en 10% is ronduit zwaar. Uw snelheid kan terugvallen tot 5 km/uur.
  • boven de 10% is bijna niet te doen, tenzij u erg weinig bagage heeft.

Ter vergelijking: Het stijgingspercentage op de Alpe d’Huez is over vrijwel de gehele klim 8% à 9%; de eerste 1,5 km zelfs 10%.

Van Astorga naar Samos

 

Moeten lopen kan iedereen overkomen.

Moeten lopen kan iedereen overkomen.

Moeten afstappen en een stuk(je) lopen is geen schande. Het kan iedereen overkomen, al was ’t maar omdat u uw verzet niet op tijd in een goede stand hebt gezet. In Sweerman’s routeboekjes staat een stukje lopen op ’n enkele plaats zelfs expliciet genoemd, bijv. bij het steile klimmetje naar de stadspoort van Astorga. Maar u kunt er natuurlijk ook een punt van maken: afstappen, dat nooit! Het kan, maar alleen u tijdig de juiste versnelling geschakeld hebt, als uw conditie goed is en de (weers)omstandigheden meewerken

Mooi weer: de klim naar O’Cebreiro is goed te doen

Maar niet alleen de bergen kunnen het u lastig maken. De moeilijkste etappes zijn de etappes waar het weer (zwaar) tegen zit. En als dat samenvalt met een lastig parcours zijn de rapen gaar. Het is bijna niet te doen om van Villafranca del Bierzo (511 m.) met een flinke westenwind, in de regen naar het bergdorpje O’Cebreiro in de Cordillera Cantábrica op de grens Castilla y León en Galicia te klimmen, 1.300 meter boven de zeespiegel. Een hoogteverschil van bijna 800 meter. Ook de klim vanuit Astorga (870 m.) naar het Cruz de Ferro (1505 m.) in de Montes de León is een flinke klim, maar goed te doen als het weer mee zit, klik hier. Goed fietsweer, droog, een graad of 22 en een zwakke wind uit het oosten doet heel veel en maakt de tocht tot een geweldige beleving, ook al gaat ‘t bergop. Jammer dat u geen enkele controle hebt over het weer; u moet het doen met ’t weer dat u aantreft. Zeker is wel dat het invloed heeft op uw moraal. Als u onderweg een dipje krijgt, komt dat meestal omdat het weer flink tegen zit. Als ‘slecht weer’ wordt voorspeld, kan het een goed besluit zijn om de klim naar een van de drie grote cols een dag uit te stellen.

O’ Cebreiro, juli 2011, twaalf uur ’s middags. Mistig en koud!

Verkijk u ook niet op de verschillen in temperatuur waarmee u te maken kunt krijgen. Het lijkt simpel: in Spanje is het in de zomer overal warm. Tot u er achter komt dat er in het noorden van Spanje de Picos de Europa liggen. Met de uitlopers ervan (Cordillera Cantábrica en Montes de León) krijgt u onderweg te maken. En het kan koud zijn op de cols. Zoals het ook koud kan zijn als u in een dagenlange regenbui verzeild raakt, 170 km voor Santiago. En uiteraard kan het ook koud zijn in de Belgische Ardennen en de hogere delen van Frankrijk. Wind, regen en kou kunnen belangrijke tegenstanders zijn, het hele jaar door. Natuurlijk kan het ook erg warm, om niet te zeggen heet, worden. Als het asfalt aan uw banden blijft plakken is het misschien beter om even te stoppen en de schaduw op te zoeken.

O'Cebreiro 19 mei 2013. Extreem koud.

O’Cebreiro 19 mei 2013. Extreem koud.

Een meer gedetailleerd grafiekje van de klim naar O’Cebreiro (en andere cols) staat op de site Altimetrias.net, klik hier. Helaas geven sommige grafieken de cols van de ‘verkeerde kant’ (voor u de afdaling) weer. Nadat u de twee cols, Cruz de Ferro en de Poyo (iets na O’Cebreiro), vlak achter elkaar hebt gehad denkt U misschien dat het leed is geleden. Maar dan komt er nog een staartje. Van Triacastela naar Santiago de Compostela. Dat gedeelte is erg heuvelachtig. Veel klimpartijen en dus veel op en af. Na elke af komt er weer een op. Het is maar 140 kilometer maar hier en daar wel venijnig, vooral de 12 kilometer lange klim tussen Sarria en Pacios (Paradela). Daarna lekker dalen naar Portomarin. Een mooi beeld van de hoogteverschillen op de Camino Francés geeft de figuur hieronder, ietsje aangepast overgenomen van de site http://www.gdecarli.it/extra/santiago/index.htm.

Hoogteverschillen op de Camino Francés

Na de kleine hoogvlakte van Cruz de Ferro begint de afdaling naar Molinaseca. U daalt van 1500 meter naar 600 meter over een afstand van ruim 12 kilometer. Het enige dorpje onderweg is El Acebo. Stop hier even en kijk wat rond. Op de hoogvlakte zelf (ruim 5 km) komt u nog langs de ‘tempeliersnederzetting’ Manjarin. Een opmerkelijk bouwsel rechts van de weg. Pelgrims worden meestal gastvrij ontvangen. De afdaling naar Molinaseca is een van de gevaarlijkste onderdelen van de hele Camino. Vanwege het grote hoogteverschil in relatie tot de afstand, met als maximum 10% dalen net voor El Acebo, is de kans te vallen vrij reëel. Zorg dus dat uw remmen perfect in orde zijn als u aan deze afdaling begint. Trek ook een extra shirt, bodywarmer of fietsjack aan indien het op de col wat frisjes is.

Vijf keer Cruz de Ferro (Hierro) op 1505 meter.

Vijf keer Cruz de Ferro (Hierro) op 1505 meter.

Het venijn in de staart. Op de laatste 100 km, van Sarria naar Santiago, liggen enkele venijnige klimmetjes. Zoals nét na Sarria en nét na Portomarín. Maar ook verderop gaat ’t veel op en af.

profiel-etappe-sarria-santiago

naar boven

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.